Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de
verhuur van mobiele kranen
Tussen:
- Transport en Logistiek Nederland, gevestigd te Zoetermeer;
Vereniging Verticaal Transport, gevestigd te Culemborg;
hierna gezamenlijk te noemen partij ter ener zijde, - CNV Vakmensen, gevestigd te Utrecht;
FNV, gevestigd te Utrecht te Utrecht
De Unie, gevestigd te Culemborg
hierna gezamenlijk te noemen partij ter andere zijde,
is de navolgende Arbeidsovereenkomst gesloten voor de periode van
1 januari 2024 tot 1 januari 2026
Inhoud:
- Hoofdstuk l – Algemeen
- Hoofdstuk II – Begin arbeidsovereenkomst/einde arbeidsovereenkomst
- Hoofdstuk III – Verplichtingen werkgever/werknemer
- Hoofdstuk IV – Bijzondere Groepen Werknemers
- Hoofdstuk V – Lonen: Algemene bepalingen
- Hoofdstuk VI – Loon bij arbeidsongeschiktheid
- Hoofdstuk VII – Functie- en loonschaal Indeling
- Hoofdstuk VIII – Loonschalen en loonberekening
- TLN – Functieloonschalen Beroepsgoederenvervoer per 1 januari 2024 (+4%)
- TLN – Functieloonschalen Beroepsgoederenvervoer per 1 juli 2024 (+2%)
- TLN – Functieloonschalen Beroepsgoederenvervoer per 1 januari 2025 (+4%)
- Hoofdstuk IX – Overuren
- Hoofdstuk X – Arbeid op zaterdag, zon- en feestdagen
- Hoofdstuk XI – Toeslagen
- Hoofdstuk XII – Vergoedingen
- Hoofdstuk XIII – Vergoedingen voor werknemers te werk gesteld op mobiele kranen
- Hoofdstuk XIV – Vergoeding ziekte en ongeval buitenland/ongevallenverzekering
- Hoofdstuk XV
- Hoofdstuk XVI – Verzuim
- Hoofdstuk XVII – Vakantie(bijslag) en Arbeidstijdverkorting
- Hoofdstuk XVIII – Arbeidsvoorwaarden voor werknemers die voorheen onder de CAO Goederenvervoer Nederland ressorteerden
- Hoofdstuk XIX – Overige bepalingen
- Hoofdstuk XX – Slotbepalingen
- BIJLAGE I – Beroepsprocedure
- BIJLAGE II – Reglement voor de Beroepscommissie Functiewaardering voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen(BFB)
- BIJLAGE III – Rust en pauzes volgens artikel 26A
- BIJLAGE IV – Ontslagrecht
- BIJLAGE V – PROTOCOL ARBEIDSONGESCHIKTHEID
- Bijlage VI – Stappenplan berekening loon bij arbeidsongeschiktheid
- Bijlage VII – Logistieke dienstverlening
Hoofdstuk l Algemeen
Artikel 1
Karakter
De bepalingen in deze CAO hebben een standaardkarakter, tenzij uitdrukkelijk anders is
aangegeven.
Artikel 2
Werkingssfeer
- Deze overeenkomst is van toepassing op:
a. Alle werkgevers en werknemers van in Nederland gevestigde ondernemingen die vergunningplicht vervoer krachtens de Wet wegvervoer goederen (hierna Wwg), zoals deze laatstelijk is gepubliceerd op 20 december 2016 (staatsblad 518), verrichten, en/of die tegen vergoeding geheel of ten dele vervoer verrichten anders dan van personen, over de weg of over andere dan voor het openbaar verkeer openstaande wegen.
b. Werkgevers en werknemers in het kraanverhuurbedrijf, waaronder wordt verstaan alle
in Nederland werkzame ondernemingen, waarin het bedrijf wordt uitgeoefend van het
verhuren van mobiele kranen.
- a. De overeenkomst is niet van toepassing op ondernemingen die:
- een eigen CAO dienen toe te passen; ofwel
- een eigen bedrijfstak CAO dienen toe te passen; ofwel
- over een eigen vastgelegd arbeidsvoorwaardenpakket beschikken.
Daarbij worden de volgende voorwaarden gesteld: - Het niveau van voorvermelde regelingen dient tenminste gelijkwaardig te zijn aan het
niveau van de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van
mobiele kranen en; - De hoofdactiviteit van de onderneming is een andere dan beroepsgoederenvervoer
over de weg, logistieke dienstverlening of de verhuur van mobiele kranen.
- b. De hoofdactiviteit van de onderneming is een andere dan beroepsgoederenvervoer
over de weg, logistieke dienstverlening of de verhuur van mobiele kranen, wanneer in
de regel niet meer dan 20% van de omzet met voornoemde activiteiten wordt
gerealiseerd.
Maatgevend daarbij is de juridische eenheid waarvoor een vergunning
beroepsgoederenvervoer is aangevraagd of toegekend, dan wel waarbinnen de
verhuur van mobiele kranen plaatsvindt. - c. Tevens zijn uitgezonderd ondernemingen, die in hoofdzaak gemeten naar de loonsom
van het bedrijf bouwwerkzaamheden uitvoeren en tevens mobiele kranen exploiteren.
Artikel 3
Definities
In deze overeenkomst (verder te noemen “de CAO”)1 wordt verstaan onder:
- werkgever: iedere natuurlijke- of rechtspersoon, wiens onderneming
valt onder de werkingssfeer van deze overeenkomst; - werknemer: ieder, die door een werkgever in dienst is genomen voor een
bepaalde of onbepaalde tijd van 5 achtereenvolgende
werkdagen of langer en die zijn werkzaamheden voor de
werkgever gewoonlijk verricht in of vanuit de in Nederland
gevestigde onderneming. Onder werknemer wordt niet
begrepen de statutaire bestuurder van een rechtspersoon tenzij
deze in hoofdzaak werkzaamheden verricht welke behoren tot
de functie van chauffeurs of van machinisten mobiele kranen. - a. oproepkracht: ieder, die door de werkgever incidenteel in dienst is genomen
voor korter dan 5 achtereenvolgende dagen.
3 b. deeltijdwerknemer: iedere werknemer met wie is overeengekomen, dat slechts een
gedeelte van het normale aantal geldende arbeidsuren, als
bedoeld in artikel 26a, lid 1 onder a, arbeid wordt verricht. - werkgeversorganisatie: Transport en Logistiek Nederland of Vereniging Verticaal
Transport - werknemersorganisatie : CNV Vakmensen, FNV, of De Unie
- logistieke dienstverlening: dat deel van het “supply chain proces”, inclusief de front- en
backoffice functies, dat zorgdraagt voor de planning, implementatie, productie en
controle van een efficiënte stroom van opslag en bewerking van goederen, diensten en
gerelateerde informatie van het punt van oorsprong naar het punt van consumptie ten
einde tegemoet te komen aan de behoeften van de klant. - standplaats: het terrein waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid uitoefent of het
terrein waar de garage der onderneming is gelegen, dan wel waar deze zijn
vervoermiddelen stalt of behoort te stallen; - loonschaal: tabel waarin het loon, behorend bij de desbetreffende functie is vastgelegd;
- brutoloon: het loon per vier weken dan wel per maand, verhoogd met de persoonlijke
toeslagen als bedoeld in artikel 23; - functieloon: het loon, behorend bij de trede van de loonschaal, die op de betreffende
werknemer van toepassing is; - week: de dagen van maandag tot en met zondag;
- werkdag: iedere dag van de week met uitzondering van zondagen, algemeen erkende
christelijke en nationale feestdagen;
*) Overal waar in deze cao hij, hem of zijn wordt vermeld, dient ook zij of haar te worden gelezen
- vrije dag: een vrije dag die wordt genoten ingevolge artikel 30, artikel 31, artikel 32,
artikel 64, artikel 65, artikel 67a en artikel 68 betekent dat men na een rustpauze van 8
uur tenminste 24 uur aaneengesloten vrij is. - roostervrije dagen: die dagen, gedurende welke op grond van het dienstrooster geen
werkzaamheden hoeven te worden verricht. - dienstrooster: het op een tijdvak van een of meer weken betrekking hebbende schema,
waarop wordt aangegeven in welke diensten en op welke dagen en uren de
werknemer zijn functie dient te vervullen dan wel roostervrije tijd wordt genoten. - echtgenoot: hij of zij met wie de werknemer is gehuwd, een geregistreerd partnerschap
is aangegaan dan wel met wie hij of zij blijkens een bij de werkgever gedeponeerd
samenlevingscontract een duurzaam samenlevingsverband vormt. - basisarbeidsvoorwaarden: de artikelen 19, 20, 21, 23, 25, 26a, 27, 29, 33, 34, 36, 37,
40, 41, 42, 64, 65, 67a, 68 en 69 van deze cao. - bedrijfsongeval: Een ongeval dat door of tijdens de uitoefening van betaalde arbeid
plaatsvindt, met uitzondering van een ongeval dat plaatsvindt onderweg van of naar
het werk of dat is veroorzaakt door schuld of toedoen van de werknemer. - stagiair: Iemand, niet zijnde de BBL-leerling als omschreven in artikel 11 van deze cao,
die als onderdeel van een erkende opleiding, op basis van een met de werkgever en
het opleidingsinstituut afgesloten stagecontract, ervaring komt opdoen op de werkvloer. - leerling: De BBL-leerling overeenkomstig artikel 11 van deze cao.
Hoofdstuk II Begin arbeidsovereenkomst/einde arbeidsovereenkomst
Artikel 4
Aangaan arbeidsovereenkomst
- De arbeidsovereenkomst dient schriftelijk te worden aangegaan en dient tenminste de
navolgende punten te omvatten:
a. naam en woonplaats van partijen;
b. de standplaats;
c. de functie van de werknemer of de aard van zijn arbeid;
d. het tijdstip van indiensttreding;
e. voor welke duur de arbeidsovereenkomst is aangegaan dan wel of er sprake is van
een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd;
f. de duur van de door partijen in acht te nemen opzegtermijnen of de wijze van
berekening van deze termijnen;
g. het loon en de termijn van uitbetaling;
h. de gebruikelijke arbeidsduur;
i. of de werknemer gaat deelnemen aan een verplichte pensioenregeling;
j. indien de werknemer voor een langere termijn dan een maand werkzaam zal zijn
buiten Nederland, mede de duur van die werkzaamheid, de huisvesting, de
toepasselijkheid van de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving dan wel
opgave van de voor de uitvoering van die wetgeving verantwoordelijke organen, de
geldsoort waarin betaling zal plaatsvinden, de vergoedingen waarop de werknemer
recht heeft en de wijze waarop de terugkeer geregeld is;
k. de toepasselijke collectieve arbeidsovereenkomst;
l. de loonschaal en loontrede bij indiensttreding. - Indien bij de aanstelling van de werknemer een proeftijd wordt bedongen, dient zulks
op straffe van nietigheid schriftelijk vóór de indiensttreding aan de betrokken
werknemer te worden meegedeeld. De proeftijd bedraagt ten hoogste twee maanden.
Bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor korter dan twee jaren bedraagt de
proeftijd ten hoogste een maand. Er kan geen proeftijd worden bedongen indien de
arbeidsovereenkomst is aangegaan voor zes maanden of korter. - Een arbeidsovereenkomst, aangegaan voor onbepaalde tijd, eindigt van rechtswege bij
het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in de Algemene
Ouderdomswet.
Het is mogelijk daarna (een) nieuwe arbeidsovereenkomst(en) voor bepaalde tijd,
conform artikel 7:668a lid 12 BW of een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan
te gaan. Op deze nieuwe arbeidsovereenkomst(en) is deze CAO van toepassing. De
nieuwe arbeidsovereenkomst(en) staan los van de voorgaande
arbeidsovereenkomst(en) die voor de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in de
Algemene Ouderdomswet zijn aangegaan.
Artikel 5
Einde arbeidsovereenkomst
- Bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst gelden de wettelijke bepalingen zoals
opgenomen in afdeling 9 Boek 7 titel 10 BW. (zie ook Bijlage 4) - Bij het einde van het dienstverband dient de werkgever aan de werknemer een
getuigschrift te verstrekken. Dit getuigschrift dient tenminste de navolgende gegevens te
bevatten:
- de laatst beklede functie;
- de loonschaal waarin, alsmede de trede waarop, de werknemer
laatstelijk was ingedeeld; - het totaal aantal ervaringsjaren van de werknemer;
- de datum van indiensttreding;
- de datum van uitdiensttreding;
- het in het lopende kalenderjaar genoten aantal vakantiedagen.
Hoofdstuk III Verplichtingen werkgever/werknemer
Artikel 6
Verplichtingen van de werkgever
- Het is de werkgever niet toegestaan personeel in dienst te nemen, dat reeds elders
een volledige dienstbetrekking heeft. - 2.a. In het kader van de Arbozorg kan de werkgever de werknemer bij het aangaan van de
dienstbetrekking alleen medisch laten keuren indien het gaat om een functie waaraan
voor de vervulling ervan bijzondere eisen op het punt van medische geschiktheid zijn
gesteld. Daarbij dient het bepaalde bij en krachtens de Wet op de medische keuringen
te worden nageleefd. Deze bepaling geldt in ieder geval niet voor administratief- en
leidinggevend personeel. De verplichting om een aanstellingskeuring te ondergaan
vervalt indien uit een schriftelijk keuringsbewijs van de werknemer blijkt dat de
werknemer recentelijk een soortgelijke medische keuring heeft ondergaan. De datum
van het keuringsbewijs mag maximaal een jaar voor het aangaan van het
dienstverband liggen.
2.b. De kosten van de rijbewijskeuring zijn voor rekening van de werkgever, tenzij daarin
wettelijk op andere wijze wordt voorzien. Ten aanzien van de loonbetaling wordt in dit
verband verwezen naar artikel 65 lid 1 sub l. - De werkgever verstrekt aan de werknemer kosteloos tegen ontvangstbewijs een
exemplaar van de CAO en wijzigingen daarop. - Bij elke loonbetaling (per 4 weken, per maand) is de werkgever verplicht aan de
werknemer een specificatie te verstrekken. Deze specificatie dient tenminste de
navolgende gegevens te bevatten:
- naam werknemer;
- vast of flexibel contract;
- overeengekomen arbeidsduur;
- periode waarover loon wordt betaald;
- functieloon;
- toeslagen;
- overuren;
- bruto loon;
- inhoudingen;
- netto loon;
- verblijfkostenvergoeding;
- vakantiedagen;
- ATV dagen;
- saldo tijd voor tijduren;
- saldo Persoonlijk Keuze Budget indien van toepassing;
- de waarde van een vakantiedag overeenkomstig art. 67a lid 10.
5. De kosten van de aanschaf door werknemer van de bestuurderskaart ten behoeve van
de digitale tachograaf (1 x per 5 jaar) komen voor rekening van de werkgever.
Artikel 7
Verplichtingen van de werknemer
1.a. De werknemer is krachtens de met hem gesloten arbeidsovereenkomst verplicht tot het
verrichten van de overeengekomen werkzaamheden.
1.b. De werknemer is verplicht op verzoek van de werkgever alle voorkomende
werkzaamheden te verrichten voor zover deze redelijkerwijze van de werknemer
kunnen worden verlangd.
1.c. Het stelselmatig overstapelen door de chauffeur van complete wagenladingen van
pallets op pallets wordt niet geacht te behoren tot werkzaamheden, die redelijkerwijze van
de werknemer kunnen worden verlangd, tenzij in de individuele arbeidsovereenkomst
anders is overeengekomen.
2.a. De werknemer is verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hem omtrent het bedrijf
van de werkgever bekend is geworden en waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent
of redelijkerwijs had moeten kennen. Deze geheimhoudingsverplichting geldt niet ten
aanzien van mededelingen welke krachtens wettelijk, reglementair, of ander voorschrift
verlangd worden.
2.b. De werknemer is echter met inachtneming van het bovenstaande bevoegd
mededelingen, die wensen en bezwaren inhouden, aan zijn werknemersorganisatie
mede te delen en toe te lichten.
3. De werknemer stelt zich beschikbaar voor de medische keuringen, die door de
werkgever redelijkerwijze nodig geacht worden in verband met het vervullen van de
functie (tenzij hiertegen dwingende medische bezwaren bestaan). Onder “medische
keuring” worden mede begrepen keuringen in het kader van de Arbozorg.
De werknemer kan hierover vooraf overleg plegen met zijn huisarts.
De werknemer volgt alle maatregelen op, die op grond van het uit de keuring
voortvloeiende medische advies worden aanbevolen. Indien een werknemer bezwaar
heeft tegen de uitslag van een keuring, kan deze werknemer herkeuring aanvragen.
4.a. Ten aanzien van door de werkgever aan de werknemer in bruikleen gegeven zaken
zoals voertuigen, werktuigen en/of gereedschappen is hij verplicht:
- zich naar vermogen ervan te overtuigen dat deze zich bij de in ontvangstneming in
goede staat bevinden; - op een door de werkgever aan te geven wijze de ontvangst ervan te bevestigen,
indien dit door of vanwege de werkgever wordt verlangd; - deze zorgvuldig te gebruiken en te bewaren;
- vermissing of beschadiging ervan onmiddellijk aan zijn directe chef te melden;
- deze terug te geven wanneer hij deze voor zijn dienst niet meer nodig heeft dan wel
wanneer hij door of vanwege de werkgever om teruggave wordt verzocht.
Hetgeen in dit lid onder het tweede gedachtestreepje staat vermeld, is eveneens van
toepassing ten aanzien van aan de werknemer door de werkgever toevertrouwde of
door derden afgedragen gelden, waarbij op de werknemer de verplichting rust te
verifiëren of de aan hem overhandigde bedragen overeenkomen met het door
werkgever of derden aangegeven dan wel verschuldigde bedrag.
4.b. De werknemer die bij de uitvoering van de overeenkomst schade toebrengt aan de
werkgever of aan een derde jegens wie de werkgever tot vergoeding van die schade is
gehouden, is te dier zake niet jegens de werkgever aansprakelijk tenzij de schade een
gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid. Uit de omstandigheden van het
geval kan, mede gelet op de aard van de betreffende overeenkomst, anders
voortvloeien dan in de vorige zin is bepaald. De schadevergoeding zal niet meer
bedragen dan de kostprijs voor herstel of vervanging.
4.c. De werkgever dient binnen een maand nadat hij van de gebeurtenis kennis heeft
genomen schriftelijk aan de werknemer te melden, dat hij schadevergoeding zal eisen.
De werkgever zal het bedrag van de schadevergoeding zo snel mogelijk – doch uiterlijk
binnen een jaar nadat hij van de gebeurtenis heeft kennis genomen – vaststellen.
4.d. Inhouding van de schadevergoeding op het loon is niet mogelijk, tenzij tussen
werkgever en werknemer overeenstemming bestaat over de verplichting tot
schadevergoeding.
5.a. De werknemer gebruikt tijdens de dienst geen alcoholhoudende dranken en/of
middelen, die zijn functioneren en/of de rijvaardigheid nadelig kunnen beïnvloeden. De
werknemer vangt de dienst aan zonder onder invloed van bovengenoemde middelen te
zijn.
5.b. De werknemer zal in voorkomende gevallen met zijn behandelende arts de
consequenties bespreken van het gebruik van de rijvaardigheid beïnvloedende
geneesmiddelen en de werkgever van de conclusies van deze arts in kennis stellen.
6.a. De werknemer is verplicht de werkgever vooraf om toestemming te vragen voor het
mogen vervullen of uitbreiden van nevenwerkzaamheden buiten de tijdstippen waarop
de arbeid moet worden verricht bij werkgever. Onder nevenwerkzaamheden worden
mede verstaan:
- het bekleden van een betaalde functie anders dan in dienst van de werkgever;
- het uitoefenen van enig beroep of bedrijf dan wel het drijven van handel;
- het ontwerpen, het leiden, het uitvoeren van en houden van toezicht op ander werk
dan dat van werkgever.
6.b. De werkgever kan een verzoek op grond van lid 6a slechts weigeren als de weigering
kan worden gerechtvaardigd op grond van objectieve redenen.
7. Indien de werknemer de onderneming naar buiten toe representeert, dient de
werknemer uiterlijk verzorgd op het werk te verschijnen.
8. De werknemer zal ieder jaar uiterlijk op 1 mei aan de werkgever inzage verschaffen in
het overzicht van de nascholingsuren (code 95).
Hoofdstuk IV Bijzondere Groepen Werknemers
Artikel 8
Deeltijdwerknemers
1. De bepalingen van de CAO zijn op deeltijdwerknemers van toepassing, met
inachtneming van de volgende leden van dit artikel.
2.a. Voor zover de bepalingen van de CAO zich daarvoor lenen, worden zij op de
deeltijdwerker naar evenredigheid toegepast. Onafhankelijk van het arbeidspatroon
dient voor ieder dienstuur minimaal het wettelijk minimum uurloon te worden betaald.
2.b. Overuren zijn uren, niet liggend op zaterdag en/of zondag, waarmee de diensttijd van
40 uur in de week wordt overschreden. Voor rijdend personeel op dubbelbemande
voertuigen zijn overuren, uren niet liggend op zaterdag na 7.00 uur en/of zondag,
waarmee de diensttijd van 40 uur per week wordt overschreden.
3.a. De vakantie-aanspraken en vakantiebijslag ontstaan naar rato van het aantal verrichte
diensturen, doch niet meer dan het voor betrokkenen geldende maximum genoemd in
artikel 67a, artikel 68 resp. artikel 69.
3.b. Voor het vaststellen van de onder 3a. genoemde vakantie-aanspraken en
vakantiebijslag geldt als basis voor de berekening, het minimum aantal
overeengekomen uren.
3.c. Voor het berekenen van de vakantie-aanspraken en vakantiebijslag in een bepaald
jaar, dient het totaal aantal verrichte diensturen, met een minimum van het aantal
overeengekomen uren, in het voorafgaande kalenderjaar te worden genomen.
4. Indien de deeltijdwerker over een periode van 52 weken voorafgaande aan de eerste
dag van arbeidsongeschiktheid meer diensturen heeft gewerkt dan contractueel
overeengekomen dan dienen deze meerdere diensturen, met inachtneming van het
bepaalde in artikel 16, te worden meegenomen in het loon bij arbeidsongeschiktheid.
Artikel 9
Uitzendkrachten
1. Bij de inleen van arbeidskrachten van in Nederland en/of in het buitenland gevestigde
uitzendbureaus of payroll-bedrijven, mag alleen gebruik worden gemaakt van NEN
4400/1 en/of 4400/2 gecertificeerde uitzendbureaus of payroll-bedrijven die
ingeschreven zijn in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA).
De werkgever is gehouden op schriftelijk verzoek van een werknemersorganisatie aan
te geven van welk(e) uitzendbureau(s) of payroll-bedrij(f)ven gebruik wordt (worden)
gemaakt.
2. De werkgever is gehouden in overeenkomsten met de in Nederland en/of het
buitenland gevestigde uitzendbureaus of payroll-bedrijven te bedingen dat de aan de
werkgever ter beschikking gestelde arbeidskrachten de basisarbeidsvoorwaarden
worden toegekend gelijk aan die van de werknemers, werkzaam in gelijke of
gelijkwaardige functies in dienst van de werkgever.
Artikel 9a
Inleenkrachten
1. De in het buitenland gevestigde bedrijven die tijdelijk arbeidskrachten ter beschikking
stellen aan de werkgever zijn ingevolge de detacheringsrichtlijn aan deze
arbeidskrachten de basisarbeidsvoorwaarden verschuldigd die worden toegekend
aan werknemers, werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de
werkgever. Indien er geen sprake is van een algemeen verbindend verklaarde CAO
dan gelden de wettelijke minimum bepalingen.
2. De werkgever is gehouden in de overeenkomst met de in het buitenland gevestigde
onderneming te bedingen dat de aan de werkgever ter beschikking gestelde
arbeidskrachten de basisarbeidsvoorwaarden worden toegekend. Indien er geen
sprake is van een algemeen verbindend verklaarde CAO dan gelden de wettelijke
minimum bepalingen.
3. De werkgever is gehouden de in lid 1 en 2 van dit artikel genoemde arbeidskrachten
te informeren over de op hen van toepassing zijnde basisarbeidsvoorwaarden.
4. Lid 1, 2 en 3 van dit artikel zijn niet van toepassing in geval arbeidskrachten worden
ingeleend van in Nederland gevestigde bedrijven die rechtstreeks onder de
werkingssfeer van deze cao vallen. Op hen is immers de gehele CAO van
toepassing.
5. Op detacheringen die langer dan 12 maanden duren, is artikel 2a, leden 4, 5 en 6 van
de Wet AVV van toepassing.
Artikel 10
Oproepkrachten
1. Voor oproepkrachten gelden in beginsel alle artikelen van deze CAO, met uitzondering
van:
artikel 4
artikel 6 lid 2
artikel 13
artikel 14
artikel 26b en c
artikel 30
artikel 31
artikel 36
artikel 64 t/m 69
2. Voor de berekening van het dag- en uurloon moet voor de oproepkracht worden
uitgegaan van het functieloon vermeerderd met 8% vakantiebijslag.
3. De oproepkracht verwerft wettelijke vakantiedagen overeenkomstig artikel 7:634 BW
over de uren die worden gewerkt.
4. De oproepkracht wordt per uur beloond.
5. Overuren zijn de uren, waarmee de diensttijd van gemiddeld 8 uur per dag wordt
overschreden.
6. In afwijking van artikel 6 lid 3 wordt door de werkgever aan de oproepkracht een
exemplaar van de CAO verstrekt indien hij dit aan de werkgever verzoekt.
Artikel 11
BBL- Leerlingen
1. In afwijking van het in artikel 67a lid 2 en 3 ten aanzien van de vakantieregeling
bepaalde geldt voor leerlingen van de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) het
volgende:
1.a. Het vakantiejaar loopt van 16 augustus tot en met 15 augustus van het daarop
volgende jaar.
1.b. In het jaar van indiensttreding en beëindiging van het dienstverband wordt de duur
van de vakantie bepaald in verhouding tot het verstreken deel van het jaar; daarbij
worden gedeelten van dagen van minder dan een half naar beneden en van meer
dan een half naar boven afgerond.
1.c. De vakantierechten bedragen voor een partieel-leerplichtige leerling 17 werkdagen en
voor een niet-partieel leerplichtige leerling 21 werkdagen, met dien verstande:
- dat de leerling van de genoemde dagen tenminste 9 respectievelijk 12 in drie
aaneengesloten weken gedurende de zomervakantie dient op te nemen; - snipperdagen kunnen worden opgenomen indien de leerling hiertoe van te voren
toestemming heeft verkregen van het stageverlenende bedrijf en van de
collectieve werkgever.
2. De verblijfkostenvergoeding geregeld in artikel 40 leden 1, 2 en 5 geldt ook voor leer-
lingen van de beroepsbegeleidende leerweg, die buiten standplaats werkzaamheden verrichten.
3. De functielonen voor jeugdige werknemers in opleiding in het kader van de
beroepsbegeleidende leerweg bedragen bij een dagonderwijs per week 4/5 en bij
twee dagen onderwijs per week 3/5 van het naar hun leeftijd vastgestelde jeugdloon.
4. De leerlingen ontvangen in de eerste periode van hun dienstverband een voorschot
van één bruto functieloon. In de perioden daarna wordt aan de hand van de
ingeleverde urenverantwoordingsstaten het juiste salaris uitbetaald. Bij
uitdiensttreding wordt het voorschot verrekend met de laatste salarisbetaling.
Hoofdstuk V Lonen: Algemene bepalingen
Artikel 12
Berekening dag- en uurloon.
Het dag- en uurloon wordt berekend door het functieloon per 4 weken te delen door 20
respectievelijk 160 en het functieloon per maand te delen door 21,75 respectievelijk 173,92.
Artikel 13
Loonbetaling
- De in artikel 25 genoemde functielonen worden per 4 weken of per maand betaald.
- Het omrekeningsgetal voor de herleiding van vierweken- naar maandloon is 1,087.
- De uitbetaling van de overuren dient uiterlijk in de betalingsperiode volgend op de
betalingsperiode waarin de overuren zijn ontstaan te geschieden.
Artikel 14
Regeling onwerkbaar weer
- De werkgever is vrijgesteld van de loondoorbetalingsplicht op basis van artikel 7:628
lid 1 van het Burgerlijk Wetboek indien op de dag waarop een buitengewone
natuurlijke omstandigheid zich voordoet voldaan wordt aan de in lid 3 genoemde
voorwaarden. - Van buitengewone natuurlijke omstandigheden is sprake in geval van:
a. vorst, ijzel of sneeuwval, indien deze omstandigheden zich voordoen in de periode
van 1 november tot en met 31 maart;
b. overvloedige regenval, indien het in het postcodegebied waarin de werknemer
werkzaam is op een werkdag tussen 07.00 uur en 19.00 uur tenminste 300 minuten
regent;
c. andere buitengewone natuurlijke omstandigheden. Hieronder vallen bijvoorbeeld
omstandigheden in verband met hoog water. - Om van de vrijstelling als genoemd in lid 1 gebruik te kunnen maken dient te worden
voldaan aan de hierna genoemde voorwaarden:
a. Het niet verrichten van de overeengekomen arbeid is het gevolg van buitengewone
natuurlijke omstandigheden als genoemd in lid 2;
b. Het aantal wachtdagen, genoemd in lid 5, is verstreken;
c. De betrokken werknemer maakt over de uren waarop niet kan worden gewerkt,
aanspraak op een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet; en
d. De werkgever heeft overeenkomstig lid 6 melding gedaan aan het UWV van iedere
dag waarop ten gevolge van buitengewone natuurlijke omstandigheden niet kan
worden gewerkt. - De vrijstelling op grond van lid 1 geldt niet voor zover een werknemer verlof heeft of
vakantie geniet. - Het aantal te verstrijken wachtdagen bedraagt bij:
a. vorst, ijzel of sneeuwval: 2 werkdagen gelegen in de periode van 1 november tot
en met 31 maart, waarop als gevolg van vorst, ijzel of sneeuwval niet gewerkt kan
worden;
b. overvloedige regenval: 19 werkdagen per kalenderjaar, waarop als gevolg van
overvloedige regenval niet gewerkt kan worden;
c. andere buitengewone natuurlijke omstandigheden: 2 werkdagen per kalenderjaar,
waarop als gevolg van buitengewone natuurlijke omstandigheden, anders dan in
verband met vorst, ijzel, sneeuwval of overvloedige regenval, niet gewerkt kan
worden. - a. Op elke dag waarop de overeengekomen arbeid ten gevolge van buitengewone
natuurlijke omstandigheden niet kan worden verricht, meldt de werkgever aan het
UWV per werknemer voor welk aantal arbeidsuren op welke werklocatie en voor welk
tijdvak van de dag de arbeid niet kan worden verricht, alsmede de functie van de
werknemer en de reden voor het niet kunnen verrichten van de arbeid.
b. De werkgever doet de melding, bedoeld onder a, op de dag waarop deze
betrekking heeft. De melding geldt voor de hele dag. Indien de melding betrekking
heeft op een omstandigheid als bedoeld in lid 5, onderdeel a of c, wordt de melding
vóór 10.00 uur in de ochtend ontvangen door het UWV.
c. Bij de melding, bedoeld onder a, maakt de werkgever gebruik van het daartoe door
het UWV beschikbaar gestelde formulier. - Indien de werknemer, na afloop van de periode waarover de werkgever ingevolge het
voorgaande verplicht is tot doorbetaling van het loon, aanspraak heeft op een
uitkering ingevolge de Werkloosheidswet, is de werkgever verplicht op deze uitkering
per buitengewone natuurlijke omstandigheid ingevolge lid 5a en lid 5c gedurende
maximaal 8 werkdagen en in totaal tot ten hoogste 19 werkdagen een aanvulling te
verstrekken van 25% van het dagloon waarnaar die uitkering is berekend.
Ingevolge een onderbreking vanwege een buitengewone natuurlijke omstandigheid
ingevolge lid 5b is de werkgever, na afloop van de periode waarover de werkgever
ingevolge dit lid 5b verplicht is tot doorbetaling van het loon, verplicht gedurende
maximaal 2 werkdagen een aanvulling te verstrekken van 25% van het dagloon
waarnaar die uitkering is berekend.
Na de hiervoor genoemde termijnen is de werkgever nog verplicht om een aanvulling
te verstrekken van 10% van het dagloon waarnaar die uitkering is berekend.
Artikel 15 Vervallen
Hoofdstuk VI Loon bij arbeidsongeschiktheid
Artikel 16
Loon bij arbeidsongeschiktheid
- Het loon bij ziekte ingevolge artikel 7: 629 BW bestaat uit:
a) het functieloon;
b) de persoonlijke toeslag als bedoeld in artikel 23;
c) het bedrag dat de werknemer gemiddeld gedurende de periode van 52 weken
voorafgaande aan de eerste dag van arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen aan
ploegendienst- en vuilwerktoeslag, de onregelmatigheidstoeslag van artikel 4 van
Bijlage VII en de Toeslagenmatrix van artikel 37;
d) het bedrag dat de werknemer gemiddeld gedurende de periode van 52 weken
voorafgaande aan de eerste dag van arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen aan
overuren, zaterdag- en zondaguren voor zover deze de 40 uur per week
overschrijden en de toeslagen van 50% en 100% over deze uren. Het gemiddelde
aantal overuren kan niet hoger zijn dan 15 en het totale bedrag van dit onderdeel kan
niet meer bedragen dan 48,75% van het functieloon (zijnde de waarde van 15
overuren a 130%). Indien er geen sprake is van een bedrijfsongeval, worden voorts
de volgende verminderingen op dit bedrag toegepast: allereerst wordt er een kwart
van het gemiddelde aantal overuren afgetrokken. Vervolgens kan het bedrag niet
meer bedragen dan 22,75% van het functieloon (zijnde de waarde van 7 overuren à
130%)*. - Indien de werknemer arbeidsongeschikt is, ontvangt hij een aanvulling op de
wettelijke loondoorbetalingsverplichting van artikel 7: 629 BW tot 100%, zoals
hieronder beschreven. Deze aanvulling vindt plaats tot ten hoogste het maximum
loon als bedoeld in artikel 17 Wfsv.
De aanvullingsverplichting geldt niet in de volgende gevallen:
- indien er ingevolge de wet geen loondoorbetalingsverplichting is;
- indien de arbeidsongeschiktheid door de schuld of toedoen van de werknemer is
veroorzaakt.
3. De aanvullingsverplichting vangt aan op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid.
De aanvulling vangt in dat geval aan op de tweede dag van de arbeidsongeschiktheid.
De maximale duur van de aanvulling is 52 weken, of, bij een dienstverband dat op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid korter dan een jaar heeft geduurd, maximaal 13 weken. Indien de werknemer zich nog in de proeftijd bevindt op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid, eindigt de aanvulling na 2 weken.
- De duur van de aanvulling wordt in geval van een dienstverband dat op de eerste dag
van arbeidsongeschiktheid langer dan een jaar heeft geduurd, verlengd met een
tweede periode van 52 weken, indien de werknemer meewerkt aan zijn reïntegratie
en tevens een aanvullende zorgverzekering heeft afgesloten waarin in ieder geval is
opgenomen een vergoeding voor fysiotherapie, psychologische hulp (tenzij deze in
het basispakket is opgenomen) en de diëtist. De aanvulling wordt ook verlengd tot
104 weken indien de werknemer blijvend volledig arbeidsongeschikt is.
- Voor uitleg ten aanzien van de berekeningswijze zie Bijlage VI
- Perioden van arbeidsongeschiktheid die geheel of gedeeltelijk binnen één
kalenderjaar vallen, worden samengeteld voor de bepaling van de duur van de
aanvullingsverplichting, voor zover de arbeidsongeschiktheid niet het gevolg is van
een ongeval. - Tussentijdse wijzigingen van het brutoloon, resp. dagloonbesluiten of andere
wettelijke maatregelen dienen in deze loonbetaling bij arbeidsongeschiktheid te
worden verwerkt. - In het geval de werknemer een uitkering toekomt krachtens de ziektewet, WAO/WIA
of krachtens een verzekering of enig fonds, waarin de deelneming is bedongen bij of
voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst, wordt de loonbetaling met deze uitkering
verminderd.
Artikel 17
Protocol Arbeidsongeschiktheid
In het kader van Arbeidsongeschiktheid is door CAO-partijen een protocol overeengekomen.
Dit protocol is als bijlage V in deze CAO opgenomen.
Hoofdstuk VII Functie- en loonschaal Indeling
Artikel 18
Functie-indeling
- Aan de hand van het tussen partijen overeengekomen systeem van functiewaardering
vindt functie-indeling plaats. - Voor werknemers, die geplaatst zijn in een hogere functie dan genoemd in loonschaal
H dient door de werkgever de functie en het loon schriftelijk vastgesteld te worden. - Er is een Sectorinstituut Transport en Logistiek, Postbus 308, 2800 AH Gouda, tel.nr.
088-2596110. Dit sectorinstituut heeft onder meer als taak het bevorderen van de
indeling van functies in het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van
mobiele kranen overeenkomstig het afgesproken systeem van functiewaardering. Bij
dit sectorinstituut kan een voorlichtingsboek met functietyperingen worden
opgevraagd. Verder kan informatie worden gevonden op www.stlwerkt.nl.
Artikel 19
Inschaling bij indiensttreding - Bij indiensttreding wordt de werknemer ingeschaald in de bij zijn functie behorende
loonschaal op de trede die overeenkomt met het aantal onafgebroken ervaringsjaren
in dezelfde of soortgelijke functie, zowel in deze als in andere bedrijfstakken, direct
voorafgaande aan de indiensttreding. Bij de vaststelling van het aantal ervaringsjaren
blijven onderbrekingen van minder dan twee jaar buiten beschouwing. - Indien de ervaring niet is verworven in eenzelfde, maar in een soortgelijke functie, kan
de werknemer vanaf de indiensttreding gedurende maximaal 1 jaar in de juiste
loonschaal een trede lager worden geplaatst dan overeenkomt met zijn ervaringsjaren
in die soortgelijke functie. Na dat jaar wordt de werknemer geplaatst op die trede die
overeenkomt met zijn ervaringsjaren. - Bij de indiensttreding kan de werkgever bepalen dat de werknemer tijdens de proeftijd
op een lagere trede in de juiste loonschaal wordt ingedeeld. Met terugwerkende
kracht tot de datum van indiensttreding wordt de werknemer na afloop van de proeftijd
ingedeeld op de trede, die overeenkomt met het aantal ervaringsjaren, zoals
vastgesteld overeenkomstig lid 1 van dit artikel.
Artikel 20
Jeugdlonen voor niet vakbekwame werknemers
a. Voor werknemers van 20 jaar en jonger, die niet in het bezit zijn van een geldig
getuigschrift van vakbekwaamheid voor het besturen van een vrachtauto(code 95),
het wettelijk verplicht TCVT- RA-registratie van vakbekwaamheid voor het bedienen van een mobiele kraan gelden de volgende percentages van het wettelijk minimumloon:
15 jaar 45%
16 jaar 50%
17 jaar 56%
18 jaar 63%
19 jaar 72%
20 jaar 83%
b. De hogere beloning conform lid a. gaat in bij het bereiken van een hogere leeftijd.
Artikel 21
Toekenning tredeverhogingen
- De werkgever kan de werknemer een loon toekennen behorende bij een hogere trede
in dezelfde loonschaal dan waarop hij krachtens zijn ervaringsjaren aanspraak heeft. - 2.a. De werknemer zal bij normale uitvoering van zijn werkzaamheden na verloop van elk
vol functiejaar, een salarisverhoging worden toegekend, die gelijk is aan één
loontrede van de loonschaal waarin hij is ingedeeld, tot hij het maximum van die
loonschaal heeft bereikt.
2.b. Indien de werkgever aan kan tonen dat er sprake is van onvoldoende uitvoering van
de werkzaamheden en op grond daarvan geen tredeverhoging wenst toe te kennen,
doet hij hiervan schriftelijk onder opgave van redenen mededeling aan de werknemer.
De mededeling wordt gedaan uiterlijk 1 maand voordat de tredeverhoging zou ingaan. - 3.a. Bij indiensttreding kan aan de werknemer van 21 jaar en ouder door de werkgever
een loon, behorende bij een hogere trede uit dezelfde loonschaal worden toegekend
dan waarop hij krachtens zijn ervaringsjaren aanspraak heeft.
3.b. Bij indiensttreding van een werknemer die de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft
bereikt, kan worden bepaald, dat voor de vaststelling en de verhoging van het loon
wordt uitgegaan van een hogere leeftijd dan zijn daadwerkelijke leeftijd. - Indien de werkgever toepassing heeft gegeven aan het gestelde in de leden 1, 3a of
3b., blijft lid 2 onverminderd van toepassing.
Artikel 22
21 jarigen en ouder/ vakbekwame chauffeurs en kraanmachinisten jonger dan 21 jaar
1.a. Indien een werknemer de leeftijd van 21 jaar bereikt, wordt hij ingeschaald op trede 1
van de geldende loonschaal.
1.b. In afwijking van lid 1a. wordt de werknemer, jonger dan 21 jaar, zodra deze in het
bezit is van een geldig getuigschrift van vakbekwaamheid voor het besturen van een
vrachtauto (code 95) en/of het wettelijk verplicht TCVT- RA-registratie van
vakbekwaamheid voor het bedienen van een mobiele kraan ingeschaald op trede 1
van de geldende loonschaal mits de werknemer in zijn dagelijkse werkzaamheden
ook daadwerkelijk een vrachtauto moet besturen en/of een mobiele kraan moet
bedienen.
1.c. In afwijking van lid 1a geldt dat de werknemer die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt,
maar bij indiensttreding nog niet beschikt over de specifieke vak- en/of bedrijfskennis
welke voor de vervulling van de functies vallende onder de loonschalen A, B en C is
vereist, kan worden ingedeeld in de trede –1 behorende bij zijn loonschaal. De -1
trede wordt berekend op basis van het wettelijk minimumloon en trede 1 van de
loonschaal en wordt bepaald op het gemiddelde van deze 2 niveaus. Bij een
aanpassing van het wettelijk minimumloon en/of trede 1 van een loonschaal dient de –
1 trede hierop ook te worden aangepast.
1.d. De werkgever stelt de in lid b bedoelde werknemer in de gelegenheid de voor de
functie noodzakelijke opleiding/training te volgen.
1.e. Zodra de in lid c bedoelde opleiding/training met goed gevolg is afgerond wordt de
werknemer in de trede 1 van zijn loonschaal ingedeeld.
1.f. Voor de toekenning van tredeverhogingen is overigens artikel 21 integraal van
toepassing.
De mintreden bedragen per 1 januari 2024:
| Loonschool/trede | Bedragen per week | 4 weken | maand | Uurloon à 100% | 130% | 150% |
|---|---|---|---|---|---|---|
| A- 1 | 530,80 | 2123,20 | 2317,83 | 13,27 | 17,25 | 19,91 |
| B- 1 | 536,94 | 2147,76 | 2339,55 | 13,42 | 17,45 | 20,13 |
| C- 1 | 548,69 | 2194,76 | 2390,66 | 13,72 | 17,84 | 20,58 |
Artikel 23
Inschaling van functies
- Plaatsing in een lager gewaardeerde functie.
a. De werknemer die door omstandigheden, die niet te wijten zijn aan zijn schuld of
opzet en anders dan op zijn eigen verzoek wordt belast met werkzaamheden,
verbonden aan een lager gewaardeerde functie, zal na 13 weken in die lagere
loonschaal worden geplaatst.
b. Correctie van een te hoge inschaling die de indeling in een lagere loonschaal tot
gevolg heeft zal ingaan één week nadat de werknemer schriftelijk op de hoogte is
gesteld door zijn werkgever.
c. Herindeling ingevolge lid a en b vindt plaats op het naast lagere bedrag in de nieuwe
loonschaal. Het loonverschil dat ontstaat, wordt omgezet in een persoonlijke toeslag.
Deze persoonlijke toeslag wordt afgebouwd met nog toe te kennen treden en/of
initiële loonsverhogingen. De persoonlijke toeslag wordt ten minste met 25% per jaar
afgebouwd.
Voor herindelingen ingevolge lid a en b geldt dat voor de werknemer van 55 jaar en
ouder de persoonlijke toeslag niet zal worden afgebouwd. - Plaatsing in een hoger gewaardeerde functie.
a. De werknemer die als gevolg van verandering van werkzaamheden in een
hogere loonschaal wordt geplaatst, zal vanaf de eerste volle week van de
uitoefening van die hogere functie worden ingedeeld op het naast hogere bedrag
in die loonschaal.
b. Correctie van een te lage inschaling die een indeling in een hogere loonschaal tot gevolg heeft zal ingaan op het tijdstip van schriftelijke melding door de werknemer. Herindeling vindt plaats op het naast hogere bedrag in de nieuwe loonschaal.
Artikel 24
Beroepsprocedure
- Indien een werknemer het niet of niet meer eens is met de beschrijving van de functie
waarin hij is aangesteld en/of bezwaar heeft tegen zijn functie-indeling in een der
loonschalen genoemd in artikel 25, dient hij te streven naar een oplossing van het
bezwaar langs normale wegen van overleg, als weergegeven in bijlage I. - 2.a. Indien langs de in lid 1 aangegeven weg niet binnen een maand een bevredigende
oplossing wordt verkregen, kan de werknemer zijn bezwaar schriftelijk voorleggen
aan de Beroepscommissie Functiewaardering Beroepsgoederenvervoer over de weg
en de verhuur van mobiele kranen. Het reglement voor deze commissie is
opgenomen in bijlage II.
2.b. Een beroep van een ex-werknemer kan in behandeling worden genomen als de
uitspraak gevolgen kan hebben voor een op het laatst genoten loon gebaseerde
wettelijke uitkering, dan wel als door de kantonrechter daarom wordt verzocht in een
civiele procedure. Dit geldt slechts, indien de arbeidsovereenkomst niet langer dan
een jaar geleden geëindigd is. - Indien een bezwaar tegen de indeling in een loonschaal bij de beroepscommissie
wordt kenbaar gemaakt, is de datum van indiening van dat bezwaar bepalend voor de
eventuele indeling in de juiste loonschaal. - Beroepszaken dienen te worden gericht aan de Beroepscommissie Functie-
waardering Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen,
Postbus 308, 2800 AH Gouda.
Hoofdstuk VIII Loonschalen en loonberekening
Artikel 25
Onderstaande tabellen zijn van toepassing voor werknemers werkzaam bij ondernemingen die
voorheen ook onder de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van
mobiele kranen vielen. Voor werknemers die werkzaam zijn bij ondernemingen die voorheen onder de
CAO Goederenvervoer Nederland vielen, gelden andere loontabellen. Deze treft u aan onder artikel
69D.
TLN – Functieloonschalen Beroepsgoederenvervoer per 1 januari 2024 (+4%)
| Schalen | week | 4 weken | maand | 100% | 130% | 150% |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Loonschaal A | ||||||
| A1 | 530,80 | 2123,20 | 2317,83 | 13,27 | 17,25 | 19,91 |
| A2 | 536,49 | 2145,96 | 2332,66 | 13,41 | 17,43 | 20,12 |
| A3 | 557,95 | 2231,80 | 2425,97 | 13,95 | 18,14 | 20,93 |
| A4 | 580,27 | 2321,08 | 2523,01 | 14,51 | 18,86 | 21,77 |
| A5 | 603,48 | 2413,92 | 2623,93 | 15,09 | 19,62 | 22,64 |
| A6 | 627,62 | 2510,48 | 2728,89 | 15,69 | 20,40 | 23,54 |
| Loonschaal B | ||||||
| B1 | 543,07 | 2172,28 | 2361,27 | 13,58 | 17,65 | 20,37 |
| B2 | 564,79 | 2259,16 | 2455,71 | 14,12 | 18,36 | 21,18 |
| B3 | 587,38 | 2349,52 | 2553,93 | 14,68 | 19,08 | 22,02 |
| B3 | 610,87 | 2443,48 | 2656,06 | 15,27 | 19,85 | 22,91 |
| B5 | 635,30 | 2541,20 | 2762,28 | 15,88 | 20,64 | 23,82 |
| B6 | 660,71 | 2642,84 | 2872,77 | 16,52 | 21,48 | 24,78 |
| Loonschaal C | ||||||
| C1 | 566,58 | 2266,32 | 2463,49 | 14,16 | 18,41 | 21,24 |
| C2 | 589,24 | 2356,96 | 2562,02 | 14,73 | 19,15 | 22,10 |
| C3 | 612,81 | 2451,24 | 2664,50 | 15,32 | 19,92 | 22,98 |
| C4 | 637,32 | 2549,28 | 2771,07 | 15,93 | 20,71 | 23,90 |
| C5 | 662,81 | 2651,24 | 2881,90 | 16,57 | 21,54 | 24,86 |
| C6 | 689,32 | 2757,28 | 2997,16 | 17,23 | 22,40 | 25,85 |
| Loonschaal D | ||||||
| D1 | 603,21 | 2412,84 | 2622,76 | 15,08 | 19,60 | 22,62 |
| D2 | 627,34 | 2509,36 | 2727,67 | 15,68 | 20,38 | 23,52 |
| D3 | 652,43 | 2609,72 | 2836,77 | 16,31 | 21,20 | 24,47 |
| D4 | 678,53 | 2714,12 | 2950,25 | 16,96 | 22,05 | 25,44 |
| D5 | 705,67 | 2822,68 | 3068,25 | 17,64 | 22,93 | 26,46 |
| D6 | 733,90 | 2935,60 | 3191,00 | 18,35 | 23,86 | 27,53 |
| Loonschaal E | ||||||
| E1 | 632,66 | 2530,64 | 2750,81 | 15,82 | 20,57 | 23,73 |
| E2 | 657,97 | 2631,88 | 2860,85 | 16,45 | 21,39 | 24,68 |
| E3 | 684,29 | 2737,16 | 2975,29 | 17,11 | 22,24 | 25,67 |
| E4 | 711,66 | 2846,64 | 3094,30 | 17,79 | 23,13 | 26,69 |
| E5 | 740,13 | 2960,52 | 3218,09 | 18,50 | 24,05 | 27,75 |
| E6 | 769,74 | 3078,96 | 3346,83 | 19,24 | 25,01 | 28,86 |
| E7 | 800,53 | 3202,12 | 3480,70 | 20,01 | 26,01 | 30,02 |
| Loonschaal F | ||||||
| F1 | 661,23 | 2644,92 | 2875,03 | 16,53 | 21,49 | 24,80 |
| F2 | 687,68 | 2750,72 | 2990,03 | 17,19 | 22,35 | 25,79 |
| F3 | 715,19 | 2860,76 | 3109,65 | 17,88 | 23,24 | 26,82 |
| F4 | 743,80 | 2975,20 | 3234,04 | 18,60 | 24,18 | 27,90 |
| F5 | 773,55 | 3094,20 | 3363,40 | 19,34 | 25,14 | 29,01 |
| F6 | 804,49 | 3217,96 | 3497,92 | 20,11 | 26,14 | 30,17 |
| F7 | 836,67 | 3346,68 | 3637,84 | 20,92 | 27,20 | 31,38 |
| F8 | 870,14 | 3480,56 | 3783,37 | 21,75 | 28,28 | 32,63 |
| Loonschaal G | ||||||
| G1 | 698,54 | 2794,16 | 3037,25 | 17,46 | 22,70 | 26,19 |
| G2 | 726,48 | 2905,92 | 3158,74 | 18,16 | 23,61 | 27,24 |
| G3 | 755,54 | 3022,16 | 3285,09 | 18,89 | 24,56 | 28,34 |
| G4 | 785,76 | 3143,04 | 3416,48 | 19,64 | 25,53 | 29,46 |
| G5 | 817,19 | 3268,76 | 3553,14 | 20,43 | 26,56 | 30,65 |
| G6 | 849,88 | 3399,52 | 3695,28 | 21,25 | 27,63 | 31,88 |
| G7 | 883,87 | 3535,48 | 3843,07 | 22,10 | 28,73 | 33,15 |
| G8 | 919,22 | 3676,88 | 3996,77 | 22,98 | 29,87 | 34,47 |
| G9 | 955,99 | 3823,96 | 4156,64 | 23,90 | 31,07 | 35,85 |
| Loonschaal H | ||||||
| H1 | 735,98 | 2943,92 | 3200,04 | 18,40 | 23,92 | 27,60 |
| H2 | 765,42 | 3061,68 | 3328,05 | 19,14 | 24,88 | 28,71 |
| H3 | 796,04 | 3184,16 | 3461,18 | 19,90 | 25,87 | 29,85 |
| H4 | 827,88 | 3311,52 | 3599,62 | 20,70 | 26,91 | 31,05 |
| H5 | 860,99 | 3443,96 | 3743,58 | 21,52 | 27,98 | 32,28 |
| H6 | 895,43 | 3581,72 | 3893,33 | 22,39 | 29,11 | 33,59 |
| H7 | 931,25 | 3725,00 | 4049,08 | 23,28 | 30,26 | 34,92 |
| H8 | 968,50 | 3874,00 | 4211,04 | 24,21 | 31,47 | 34,92 |
| H9 | 1007,24 | 4028,96 | 4379,48 | 25,18 | 32,73 | 37,77 |
| H10 | 1047,53 | 4190,12 | 4554,66 | 26,19 | 34,05 | 39,29 |
TLN – Functieloonschalen Beroepsgoederenvervoer 1 juli 2024 (+2%)
| Schalen | week | 4 weken | maand | 100% | 130% | 150% |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Loonschaal A | ||||||
| A1 | 530,80 | 2123,20 | 2317,83 | 13,27 | 17,25 | 19,91 |
| A2 | 547,23 | 2188,92 | 2474,53 | 13,68 | 17,78 | 20,52 |
| A3 | 569,12 | 2276,48 | 2425,97 | 14,23 | 18,50 | 21,35 |
| A4 | 591,88 | 2367,52 | 2573,49 | 14,80 | 19,24 | 22,20 |
| A5 | 615,55 | 2462,20 | 2676,41 | 15,39 | 20,01 | 23,09 |
| A6 | 640,17 | 2560,68 | 2783,46 | 16,00 | 20,80 | 24,00 |
| Loonschaal B | ||||||
| B1 | 553,92 | 2215,68 | 2408,44 | 13,85 | 17,65 | 20,78 |
| B2 | 576,08 | 2304,32 | 2504,80 | 14,40 | 18,36 | 21,60 |
| B3 | 599,12 | 2396,48 | 2604,97 | 14,98 | 19,08 | 22,47 |
| B3 | 623,08 | 2492,32 | 2709,15 | 15,58 | 19,85 | 23,37 |
| B5 | 648,00 | 2592,00 | 2817,50 | 16,20 | 20,64 | 24,30 |
| B6 | 673,92 | 2695,68 | 2930,20 | 16,85 | 21,48 | 25,28 |
| Loonschaal C | ||||||
| C1 | 577,91 | 2311,64 | 2512,75 | 14,16 | 18,79 | 21,68 |
| C2 | 601,03 | 2404,12 | 2613,28 | 14,73 | 19,54 | 22,55 |
| C3 | 625,07 | 2500,28 | 2717,80 | 15,32 | 20,32 | 23,45 |
| C4 | 650,07 | 2600,28 | 2826,50 | 15,93 | 21,13 | 24,38 |
| C5 | 676,07 | 2704,28 | 2939,55 | 16,57 | 21,97 | 25,35 |
| C6 | 703,11 | 2812,44 | 3057,12 | 17,23 | 22,85 | 26,37 |
| Loonschaal D | ||||||
| D1 | 615,28 | 2461,12 | 2675,24 | 15,38 | 19,99 | 23,07 |
| D2 | 639,89 | 2559,56 | 2782,24 | 16,00 | 20,80 | 24,00 |
| D3 | 665,49 | 2661,96 | 2893,55 | 16,64 | 21,63 | 24,96 |
| D4 | 692,11 | 2768,44 | 3009,29 | 17,30 | 22,49 | 25,95 |
| D5 | 719,79 | 2879,16 | 3129,65 | 17,99 | 23,39 | 26,99 |
| D6 | 748,58 | 2994,32 | 3254,83 | 18,71 | 24,32 | 28,07 |
| Loonschaal E | ||||||
| E1 | 645,32 | 2581,28 | 2805,85 | 16,13 | 20,97 | 24,20 |
| E2 | 671,13 | 2684,52 | 2918,07 | 16,78 | 21,81 | 25,17 |
| E3 | 697,97 | 2791,88 | 3034,77 | 17,45 | 22,69 | 26,18 |
| E4 | 725,89 | 2903,56 | 3156,17 | 18,15 | 23,60 | 27,23 |
| E5 | 754,93 | 3019,72 | 3282,44 | 18,87 | 24,53 | 28,31 |
| E6 | 785,13 | 3140,52 | 3413,75 | 19,63 | 25,52 | 29,45 |
| E7 | 816,54 | 3266,16 | 3550,32 | 20,41 | 26,53 | 30,62 |
| Loonschaal F | ||||||
| F1 | 674,45 | 2697,80 | 2932,51 | 16,86 | 21,92 | 25,29 |
| F2 | 701,43 | 2805,72 | 3049,82 | 17,54 | 22,80 | 26,31 |
| F3 | 729,49 | 2917,96 | 3171,82 | 18,24 | 23,71 | 27,36 |
| F4 | 758,67 | 3034,68 | 3298,70 | 18,97 | 24,66 | 28,46 |
| F5 | 789,02 | 3156,08 | 3430,66 | 19,73 | 25,65 | 29,60 |
| F6 | 820,58 | 3282,32 | 3567,88 | 20,51 | 26,66 | 30,77 |
| F7 | 853,40 | 3413,60 | 3710,58 | 21,34 | 27,74 | 32,01 |
| F8 | 887,54 | 3550,16 | 3859,02 | 22,19 | 28,85 | 33,29 |
| Loonschaal G | ||||||
| G1 | 712,51 | 2850,04 | 3097,99 | 17,81 | 23,15 | 26,72 |
| G2 | 741,01 | 2964,04 | 3221,91 | 18,53 | 24,09 | 27,80 |
| G3 | 770,65 | 3082,60 | 3350,79 | 19,27 | 25,05 | 28,91 |
| G4 | 801,48 | 3205,92 | 3484,84 | 20,04 | 26,05 | 30,06 |
| G5 | 833,54 | 3334,16 | 3624,23 | 20,84 | 27,09 | 31,26 |
| G6 | 866,88 | 3467,52 | 3769,19 | 21,67 | 28,17 | 32,51 |
| G7 | 901,55 | 3606,20 | 3919,94 | 22,54 | 29,30 | 33,81 |
| G8 | 937,61 | 3750,44 | 4076,73 | 23,44 | 30,47 | 35,16 |
| G9 | 975,11 | 3900,44 | 4239,78 | 24,38 | 31,69 | 36,57 |
| Loonschaal H | ||||||
| H1 | 750,70 | 3002,80 | 3264,04 | 18,77 | 24,40 | 28,16 |
| H2 | 780,73 | 3122,92 | 3394,61 | 19,52 | 25,38 | 29,28 |
| H3 | 811,96 | 3247,84 | 3530,40 | 20,30 | 26,39 | 30,45 |
| H4 | 844,44 | 3377,76 | 3671,63 | 21,11 | 27,44 | 31,67 |
| H5 | 878,22 | 3512,88 | 3818,50 | 21,96 | 28,55 | 32,94 |
| H6 | 913,35 | 3653,40 | 3971,25 | 22,83 | 29,68 | 34,25 |
| H7 | 949,88 | 3799,52 | 4130,08 | 23,75 | 30,88 | 35,63 |
| H8 | 987,87 | 3951,48 | 4295,26 | 24,70 | 32,11 | 37,05 |
| H9 | 1027,38 | 4109,52 | 4467,05 | 25,68 | 33,38 | 38,52 |
| H10 | 1068,48 | 4273,92 | 4645,75 | 26,71 | 34,72 | 40,07 |
TLN – Functieloonschalen Beroepsgoederenvervoer 1 januari 2025 (+2%)
| Schaal | Week | 4 weken | Maand | 100% | 130% | 150% |
|---|---|---|---|---|---|---|
| A 1 | 547,23 | 2188,92 | 2379,36 | 13,68 | 17,78 | 20,52 |
| A 2 | 569,12 | 2276,48 | 2474,53 | 14,23 | 18,50 | 21,35 |
| A 3 | 591,88 | 2367,52 | 2573,49 | 14,80 | 19,24 | 22,20 |
| A 4 | 615,55 | 2462,20 | 2676,41 | 15,39 | 20,01 | 23,09 |
| A 5 | 640,17 | 2560,68 | 2783,46 | 16,00 | 20,80 | 24,00 |
| A 6 | 665,78 | 2663,12 | 2894,81 | 16,64 | 21,63 | 24,96 |
| B 1 | 576,08 | 2304,32 | 2504,80 | 14,40 | 18,72 | 21,60 |
| B 2 | 599,12 | 2396,48 | 2604,97 | 14,98 | 19,47 | 22,47 |
| B 3 | 623,08 | 2492,32 | 2709,15 | 15,58 | 20,25 | 23,37 |
| B 4 | 648,00 | 2592,00 | 2817,50 | 16,20 | 21,06 | 24,30 |
| B 5 | 673,92 | 2695,68 | 2930,20 | 16,85 | 21,91 | 25,28 |
| B 6 | 700,88 | 2803,52 | 3047,43 | 17,52 | 22,78 | 26,28 |
| C 1 | 601,03 | 2404,12 | 2613,28 | 15,03 | 19,54 | 22,55 |
| C 2 | 625,07 | 2500,28 | 2717,80 | 15,63 | 20,32 | 23,45 |
| C 3 | 650,07 | 2600,28 | 2826,50 | 16,25 | 21,13 | 24,38 |
| C 4 | 676,07 | 2704,28 | 2939,55 | 16,90 | 21,97 | 25,35 |
| C 5 | 703,11 | 2812,44 | 3057,12 | 17,58 | 22,85 | 26,37 |
| C 6 | 731,23 | 2924,92 | 3179,39 | 18,28 | 23,76 | 27,42 |
| D 1 | 639,89 | 2559,56 | 2782,24 | 16,00 | 20,80 | 24,00 |
| D 2 | 665,49 | 2661,96 | 2893,55 | 16,64 | 21,63 | 24,96 |
| D 3 | 692,11 | 2768,44 | 3009,29 | 17,30 | 22,49 | 25,95 |
| D 4 | 719,79 | 2879,16 | 3129,65 | 17,99 | 23,39 | 26,99 |
| D 5 | 748,58 | 2994,32 | 3254,83 | 18,71 | 24,32 | 28,07 |
| D 6 | 778,52 | 3114,08 | 3385,00 | 19,46 | 25,30 | 29,19 |
| E 1 | 671,13 | 2684,52 | 2918,07 | 16,78 | 21,81 | 25,17 |
| E 2 | 697,97 | 2791,88 | 3034,77 | 17,45 | 22,69 | 26,18 |
| E 3 | 725,89 | 2903,56 | 3156,17 | 18,15 | 23,60 | 27,23 |
| E 4 | 754,93 | 3019,72 | 3282,44 | 18,87 | 24,53 | 28,31 |
| E 5 | 785,13 | 3140,52 | 3413,75 | 19,63 | 25,52 | 29,45 |
| E 6 | 816,54 | 3266,16 | 3550,32 | 20,41 | 26,53 | 30,62 |
| E 7 | 849,20 | 3396,80 | 3692,32 | 21,23 | 27,60 | 31,85 |
| F 1 | 701,43 | 2805,72 | 3049,82 | 17,54 | 22,80 | 26,31 |
| F 2 | 729,49 | 2917,96 | 3171,82 | 18,24 | 23,71 | 27,36 |
| F 3 | 758,67 | 3034,68 | 3298,70 | 18,97 | 24,66 | 28,46 |
| F 4 | 789,02 | 3156,08 | 3430,66 | 19,73 | 25,65 | 29,60 |
| F 5 | 820,58 | 3282,32 | 3567,88 | 20,51 | 26,66 | 30,77 |
| F 6 | 853,40 | 3413,60 | 3710,58 | 21,34 | 27,74 | 32,01 |
| F 7 | 887,54 | 3550,16 | 3859,02 | 22,19 | 28,85 | 33,29 |
| F 8 | 923,04 | 3692,16 | 4013,38 | 23,08 | 30,00 | 34,62 |
| G 1 | 741,01 | 2964,04 | 3221,91 | 18,53 | 24,09 | 27,80 |
| G 2 | 770,65 | 3082,60 | 3350,79 | 19,27 | 25,05 | 28,91 |
| G 3 | 801,48 | 3205,92 | 3484,84 | 20,04 | 26,05 | 30,06 |
| G 4 | 833,54 | 3334,16 | 3624,23 | 20,84 | 27,09 | 31,26 |
| G 5 | 866,88 | 3467,52 | 3769,19 | 21,67 | 28,17 | 32,51 |
| G 6 | 901,55 | 3606,20 | 3919,94 | 22,54 | 29,30 | 33,81 |
| G 7 | 937,61 | 3750,44 | 4076,73 | 23,44 | 30,47 | 35,16 |
| G 8 | 975,11 | 3900,44 | 4239,78 | 24,38 | 31,69 | 36,57 |
| G 9 | 1014,11 | 4056,44 | 4409,35 | 25,35 | 32,96 | 38,03 |
| H 1 | 780,73 | 3122,92 | 3394,61 | 19,52 | 25,38 | 29,28 |
| H 2 | 811,96 | 3247,84 | 3530,40 | 20,30 | 26,39 | 30,45 |
| H 3 | 844,44 | 3377,76 | 3671,63 | 21,11 | 27,44 | 31,67 |
| H 4 | 878,22 | 3512,88 | 3818,50 | 21,96 | 28,55 | 32,94 |
| H 5 | 913,35 | 3653,40 | 3971,25 | 22,83 | 29,68 | 34,25 |
| H 6 | 949,88 | 3799,52 | 4130,08 | 23,75 | 30,88 | 35,63 |
| H 7 | 987,87 | 3951,48 | 4295,26 | 24,70 | 32,11 | 37,05 |
| H 8 | 1027,38 | 4109,52 | 4467,05 | 25,68 | 33,38 | 38,52 |
| H 9 | 1068,48 | 4273,92 | 4645,75 | 26,71 | 34,72 | 40,07 |
| H 10 | 1111,22 | 4444,88 | 4831,58 | 27,78 | 36,11 | 41,67 |
Artikel 26a
Loonberekening
1.a. De functielonen gelden voor 160 diensturen per periode van 4 weken, respectievelijk
173,92 diensturen per maand.
1.b. Het bepaalde onder a. laat onverlet dat uitbetaling aan de werknemer van minimaal
40 uur per week gegarandeerd is.
2.a. Alle diensturen worden uitbetaald onder aftrek van de pauzetijden conform de staffel
welke is opgenomen in bijlage III en onder aftrek van de aaneengesloten rust, met als
minimum de in de EG-Verordening 561/2006 voorgeschreven rusttijden (zie bijlag
III). Bij boot- en treinuren gemaakt in een periode van 24 uur mag maximaal 11 uur aan
aaneengesloten rust worden genoteerd met inachtneming van de staffel van de
pauzetijden conform bijlage III.
2.b. De diensturen moeten door de werknemer worden geregistreerd op een door de
werkgever te verstrekken urenverantwoordingsstaat. Een registratieplicht geldt
eveneens voor de uren besteed aan rust, pauzes en de correcties.
2.c. De urenverantwoordingsstaat dient minimaal de navolgende gegevens te bevatten:
- de datum
- de diensttijd alsmede de dagtotalen daarvan
- de rusttijd
- de pauzes
- correcties
- de naam en handtekening van de chauffeur
2.d. De werknemer ontvangt na controle door de werkgever een voor akkoord getekend
exemplaar van de urenverantwoordingsstaat terug.
2.e. De werknemer dient binnen drie maanden na ontvangst van de
urenverantwoordingsstaat als bedoeld onder 2.d schriftelijk aan de werkgever
eventuele bezwaren kenbaar te maken. Wanneer de werknemer van dat recht geen
gebruik maakt, geldt de urenverantwoordingsstaat vanaf dat moment als bewijs.
2.f. De werkgever dient de ingevulde urenverantwoordingsstaat gedurende tenminste een
jaar na de datum waarop de invulling betrekking had, te bewaren.
2.g. Voor de controle van de urenverantwoordingsstaten dienen de daarbij behorende
tachograafschijven te worden overgelegd.
2.h. Bij het gebruik van elektronische tijdregistratiesystemen zijn werkgever en werknemer
vrijgesteld van de verplichtingen zoals vermeld onder 2b t/m 2g. Na afloop van elke rit
dient de werknemer de beschikking te krijgen over een ongeschoonde uitdraai van de
in 2c. genoemde gegevens. Indien werknemer daartoe een eenmalig verzoek indient,
is de werkgever tevens verplicht de werknemer éénmaal per betalingsperiode,
elektronisch of op andere wijze, een geschoonde uitdraai van de boordcomputer te
verstrekken waarop de gegevens staan vermeld overeenkomstig de in lid 2c.
genoemde gegevens.
3.a. De werkgever kan de normale duur van de werkzaamheden normeren op basis van
sociaal en economisch verantwoorde praktijkervaringen en de loonberekeningen
daarop baseren. De werkgever dient daarvoor echter eerst de instemming van de
werknemers- en werkgeversorganisaties na voorafgaand overleg met de
ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging te verkrijgen.
3.b. Het bepaalde onder 3.a. is onverkort van kracht ingeval in de onderneming de
diensturen worden bepaald met behulp van elektronische tijdregistratiesystemen.
3.c. Indien de omstandigheden die aan een normeringsregeling ten grondslag liggen zich
wijzigen, dan dient de regeling opnieuw beoordeeld en zodanig aangepast te worden.
3.d. Een normeringsregeling ontheft de werknemer niet van de invulling en indiening van
de urenverantwoordingsstaat.
3.e. In alle gevallen zal de normeringsregeling schriftelijk worden vastgelegd en binnen 2 weken na dagtekening, ter registratie worden gemeld bij het secretariaat van CAO-
partijen, Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer.
4.a. Op werkzaamheden als rijden, laden, lossen en wachttijd kan, in geval van dubbele
bemanning, normering plaatsvinden, met dien verstande dat de totale beloning van
alle gemaakte diensturen tussen de 85% en de 100% bedraagt. Er is sprake van
dubbele bemanning bij internationale ritten als een rit wordt verricht door tenminste 2
chauffeurs met gelijkwaardige werkzaamheden, zowel qua functie-inhoud als qua
tijdsbesteding.
4.b. Om van bovenstaande regeling gebruik te kunnen maken, dienen de ondernemingen hun bestaande beloningsbeleid voor dubbelbemande ritten voor 1 mei 2006, bij CAO-
partijen te hebben gemeld. Ondernemingen die hun bestaande beloningsbeleid voor de dubbelbemande ritten niet voor 1 mei 2006 hebben gemeld, worden geacht geen
normering toe te passen.
4.c. Ondernemingen die na 1 mei 2006 een nieuw beloningsbeleid voor dubbelbemande
ritten willen invoeren, dienen dat met de vakbonden overeen te komen.
Daarbij dient het volgende in acht te worden genomen
● de totale beloning van alle gemaakte diensturen zal uiterlijk na verloop van twee
jaar 85% bedragen tenzij de onderneming een hogere beloning overeenkomt met
vakbonden;
● er dient met de vakbonden overleg te worden gevoerd over een afbouwregeling
voor het verschil tussen de oude en de nieuwe regeling voor het reeds in dienst zijnde
personeel. Deze afbouwregeling komt na 2 jaar te vervallen;
● voor werknemers die op het moment van inwerkingtreding van de CAO 55 jaar en
ouder zijn, blijft de oude regeling gehandhaafd en vindt er geen afbouw plaats;
● de nieuwe regeling dient te worden gemeld bij CAO-partijen.
Artikel 26b
Zeggenschap arbeidstijden
- De werknemer, die daartoe de wens te kennen geeft, krijgt de gelegenheid om een
urenmaximum op kalenderjaarbasis te kiezen. Deze wens kan eenmalig per jaar
worden aangegeven en dient tijdig voor de start van een kalenderjaar kenbaar te
worden gemaakt.
De werknemer heeft de keuze uit een aantal standaardopties van 3120, 2860, 2600,
2340 of 2080 uur op jaarbasis.
Werkgever en werknemer bepalen in onderling overleg of er een afspraak kan worden
gemaakt over het urenmaximum. - Het aangegeven maximum op jaarbasis wordt teruggerekend naar een
urengemiddelde per 4 weken. - Indien werknemer en werkgever tot afspraken komen over een urenmaximum van
2340 of 2080 uur, wordt de loongarantie ingevolge artikel 26a lid 1b aangepast van
40 uur per week naar 160 uur per 4 weken. Bij de andere standaardopties van 3120,
2860 en 2600 uur kan dit alleen op verzoek van de werknemer worden
overeengekomen. Indien er geen urenmaximum wordt afgesproken, blijft artikel 26a lid 1b onverminderd van kracht. - Indien het overeengekomen urenmaximum op jaarbasis met meer dan 5% wordt
overschreden, dan verkrijgt werknemer een compensatie in tijd ter grootte van 15%
van de overschrijding. - Op hoeveel en op welke dagen van de week er wordt gewerkt, wordt in overleg
tussen werknemer en werkgever overeengekomen conform het bepaalde in artikel 2
van de wet Flexibel Werken. - Dit artikel wordt ingevoerd bij wijze van experiment gedurende de looptijd van deze
cao.
Artikel 26c
Duurzame inzetbaarheid
- Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in een
ploegendienst. Werkgever en werknemer zullen in onderling overleg bepalen of
hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer dient aan het begin van elk
kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te maken van deze
uitzonderingsregeling. - Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het werken in de
nacht (meer dan 1 uur tussen 00.00 en 06.00 uur). Werkgever en werknemer zullen in
onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden gegeven. De werknemer
dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven indien hij gebruik wenst te
maken van deze uitzonderingsregeling.
Bestaande afspraken gemaakt met werknemers die voorheen onder de CAO
Goederenvervoer Nederland vielen, worden gerespecteerd. - Teneinde bij te dragen aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers en die
werknemers meer inzicht te geven daarin zal het Sectorinstituut Transport en
Logistiek het gebruik van employability- en loopbaanscans en een
vitaliteitsprogramma nader promoten. Werknemers kunnen 1x per 3 jaar gebruik
maken van deze instrumenten.
Hoofdstuk IX Overuren
Artikel 27
Definities overuren
- Overuren zijn uren, niet liggend op zaterdag en/of zondag, waarmee de diensttijd van
40 uur in de week wordt overschreden. - Voor rijdend personeel op dubbelbemande voertuigen zijn overuren, uren niet liggend
op zaterdag na 7.00 uur en/of zondag, waarmee de diensttijd van 40 uur per week
wordt overschreden.
Artikel 28a
Verplichting overwerk jonger dan 55 jaar
Werknemers krijgen het recht om overwerk boven gemiddeld 50 uur per week te
weigeren. Dit gemiddelde wordt bezien over een periode van 4 weken. Als werknemer
hiervan gebruik wenst te maken dient hij dit éénmalig uiterlijk 4 weken voorafgaand
aan het ingaande kwartaal aan te geven.
Artikel 28b
Verplichting overwerk oudere werknemers
Werknemers van 55 jaar en ouder kunnen niet verplicht worden tot het maken van
overuren. De werknemer dient aan het begin van elk kalenderjaar aan te geven
indien hij gebruik wenst te maken van deze uitzonderingsregeling. Werkgever en
werknemer zullen in onderling overleg bepalen of hieraan uitvoering kan worden
gegeven. Bestaande afspraken gemaakt met werknemers die voorheen onder de
CAO Goederenvervoer Nederland vielen, worden gerespecteerd.
Artikel 29
Vergoeding overuren
- Overuren worden afgerond op halve uren, waarbij overwerk van minder dan 15
minuten niet voor vergoeding in aanmerking komt. Bij gebruik van een boordcomputer
worden overuren niet afgerond. - De bepalingen inzake de vergoeding van overuren worden niet toegepast ten aanzien
van:
- werknemers die volgens schriftelijke afspraak bevoegd zijn aan andere
werknemers op te dragen overwerk te verrichten; - de overuren, die een gevolg zijn van vertraging in het transport, tenzij deze
vertraging ontstaan is buiten de schuld of toedoen van de werknemer en deze
langer dan 15 minuten heeft geduurd; - de overuren, die ontstaan zijn door eigen schuld of toedoen van de werknemer.
3. Overuren worden – met inachtneming van artikel 30 – vergoed door het uurloon
vermeerderd met een toeslag van 30%.
4.In afwijking van het bepaalde in lid 3 geldt voor administratief en technisch personeel
voor de vergoeding van overuren op roostervrije dagen een toeslag van 100% en
voor uren op zondag waarop volgens dienstrooster arbeid wordt verricht 30%.
Artikel 30
Verplichte tijd-voor-tijd-regeling
- Diensturen die op maandag t/m vrijdag worden verricht en de 220 uur per
betalingsperiode van vier weken te boven gaan, dienen te worden vergoed in vrije tijd. - De werkgever, die in afwijking van lid 1 een tijd-voor-tijdgrens van 230 uur wenst te
hanteren, is daartoe gerechtigd. Gedurende de looptijd van de CAO is slechts
éénmaal een wijziging van de tijd-voor-tijdgrens toegestaan. - Voor rijdend personeel in dubbelbemande voertuigen geldt, in afwijking van de leden
1 en 2, een tijd-voor-tijdgrens van 240 uur per 4 weken. - Bij afwisselend vervoer op enkel- en dubbelbemande voertuigen geldt een te
berekenen norm tussen 220 en 240 uur respectievelijk 230 en 240 uur per 4 weken. - 5.a. Elk dienstuur boven de van toepassing zijnde tijd-voor-tijdgrens geeft recht op één uur
vrije tijd.
5.b. In afwijking van de leden 1 en 5a kan op verzoek van de werknemer en/of werkgever
overleg worden gevoerd over de wijze waarop tijd-voor-tijduren worden vergoed.
Werknemers kunnen zich daarbij laten vertegenwoordigen door de contracterende
partijen aan werknemerszijde. Indien tijd-voor-tijd-uren worden uitbetaald dient dit te
gebeuren tegen 130% van het uurloon. - 6.a. De vergoeding in tijd vindt plaats binnen 12 weken na de betalingsperiode, waarin de
meerdere uren zijn ontstaan. Hiervan kan slechts in bijzondere gevallen worden
afgeweken. De vergoeding in geld dient plaats te vinden uiterlijk in de
betalingsperiode volgend op de betalingsperiode waarin de meerdere uren zijn
ontstaan.
6.b. Ter voorkoming van seizoensmatige werkloosheid van de werknemer kan de in lid 6a
genoemde grens worden overschreden. - De vergoeding in tijd wordt zoveel mogelijk in blokken van tenminste 3 dagen
gegeven. - Voor iedere vrije dag krachtens deze regeling wordt:
- bij een tijd-voor-tijdgrens van 220 uur 11 x het uurloon vergoed
- bij een tijd-voor-tijdgrens van 230 uur 11,5 x het uurloon vergoed
- bij een tijd-voor-tijdgrens van 240 uur 12 x het uurloon vergoed
onder gelijktijdige vermindering van het aantal opgespaarde uren met respectievelijk
11, 11,5 of 12 uur, tenzij de werknemer verzoekt om een regeling, waarbij 8 uur per
vrije dag wordt vergoed.
9. Op een dag waarop krachtens een dienstrooster-, dienst- of werktijdregeling niet
wordt gewerkt kan geen vrijaf worden gegeven in kader van de tijd-voor-tijd-regeling.
10. De werkgever en de werknemer dienen tijdig te overleggen over de periode, waarin
de opgespaarde uren worden opgenomen.
11. De werkgever dient per betalingsperiode bij of op de loonspecificatie een overzicht te
geven van het totaal aantal opgespaarde uren onder gelijktijdige vermindering van de
opgenomen uren in de voorafgaande betalingsperiode.
Artikel 31
Vrijwillige tijd-voor-tijd-regeling.
- De werkgever kan in overleg met de OR/personeelsvertegenwoordiging of bij het
ontbreken daarvan met de individuele werknemer(s) een vrijwillige
tijd-voor-tijd-regeling op een lagere grens vaststellen dan de grens, genoemd in art.
30 leden 1 en 3, doch nimmer lager dan 160 uur per betalingsperiode van 4 weken.
Ook diensturen gemaakt op zaterdag kunnen in de vrijwillige tijd-voor-tijd regeling
worden betrokken. - De leden 6,7, 9 en 11 van artikel 30 zijn van overeenkomstige toepassing.
- Behoudens de zaterdaguren geeft elk dienstuur dat wordt opgespaard in het kader
van de vrijwillige tijd-voor-tijd-regeling tussen 160 uur en de grens op grond van
artikel 30 leden 1 en 3, recht op 1,3 uur vrije tijd of 1 uur vrije tijd en een toeslag van
30% van het uurloon. De zaterdaguren die worden opgespaard in het kader van de
vrijwillige tijd-voor-tijd-regeling geven recht op 1,5 uur vrije tijd of 1 uur vrije tijd en een
toeslag van 50% op het functie-uurloon. - De tijd-voor-tijd uren dienen allereerst te worden opgebouwd alvorens ze kunnen
worden opgenomen. Een negatief saldo aan tijd-voor-tijd uren is derhalve niet
toegestaan. - In de vrijwillige tijd-voor-tijd regeling dient een maximaal aantal op te bouwen uren te
worden opgenomen. - De opname van tijd-voor-tijd uren moet vooraf worden aangekondigd.
- De door werkgever en OR/personeelsvertegenwoordiging dan wel individuele
werknemers ondertekende vrijwillige tijd-voor-tijd regeling wordt schriftelijk vastgelegd
en éénmalig gemeld aan het secretariaat van CAO-partijen, Postbus 3008, 2700 KS
Zoetermeer. Indien de regeling wordt opgezegd of gewijzigd dan dient dit ook te
worden gemeld aan het secretariaat van cao-partijen.
Regelingen die niet zijn ondertekend of niet zijn aangemeld of in strijd zijn met de
hierboven genoemde randvoorwaarden, worden geacht niet te zijn overeengekomen.
Hoofdstuk X Arbeid op zaterdag, zon- en feestdagen
Artikel 32
Zon- en feestdagen
Op zondagen alsmede op algemeen erkende christelijke en nationale feestdagen wordt gee
arbeid verricht, tenzij de aard of het belang van de onderneming zulks vordert.
Algemeen erkende christelijke feestdagen zijn: Nieuwjaarsdag, 2e Paasdag,
Hemelvaartsdag, 2e Pinksterdag en beide Kerstdagen.
Nationale feestdagen zijn: Koningsdag en de dagen, waarop krachtens aanwijzing van de
overheid extra vrijaf met behoud van loon mag worden verleend. 5 Mei wordt om de vijf jaar
aangewezen als nationale feestdag (indien de jaartelling eindigt op een 0 of een 5).
Als Koningsdag wordt beschouwd de dag waarop, conform Koninklijk Besluit, het feest wordt
gevierd.
Artikel 33
Vergoeding diensturen op zaterdag, zondag en feestdagen
- Alle diensturen op zaterdag worden vergoed door betaling van het uurloon
vermeerderd met een toeslag van 50%. - In afwijking van lid 1 worden voor rijdend personeel op dubbelbemande voertuigen
alle diensturen op zaterdag na 07.00 uur vergoed door betaling van het uurloon
vermeerderd met een toeslag van 50%. - Indien een feestdag als bedoeld in artikel 32 op een zaterdag valt, worden de
diensturen in afwijking van lid 1 vergoed overeenkomstig lid 6 van dit artikel. - In geval Koningsdag op een zaterdag wordt gevierd, zal in afwijking van het bepaalde
in de leden 1 en 2 van dit artikel, het werken op deze dag worden vergoed door
betaling van een toeslag van 100%. - Alle diensturen op zondag worden vergoed door betaling van een toeslag van 100%
op het uurloon. - Aan de werknemer, die op een feestdag als bedoeld in artikel 32 – niet vallend op een
zondag – arbeid verricht, worden de diensturen vergoed. Als extra vergoeding kan de
werknemer kiezen tussen:
- een rustdag op een, na overleg met de werknemer door de werkgever te bepalen
dag. Deze rustdag zal worden genoten binnen een periode van 8 weken. Voor
deze compenserende rustdag worden 8 diensturen in de loonberekening betrokken; - een toeslag van 100% op het uurloon.
Artikel 34
Vrije weekeinden
Per half kalenderjaar dient het rijdend personeel tenminste 13 vrije weekeinden te genieten.
Dit betekent, dat zij in de regel 48 uur, echter minimaal 45 uur, aaneengesloten vrij dienen te
zijn, gelegen tussen vrijdag 12.00 uur en maandag 12.00 uur.
Artikel 35
Dienstrooster
Ten aanzien van het werken op feestdagen zal de werkgever jaarlijks een dienstrooster
opstellen; daarbij zal dit werken zoveel mogelijk worden gespreid over de werknemers.
Hoofdstuk XI Toeslagen
Artikel 36
Ploegendiensttoeslag
- Onder ploegendienst wordt verstaan het structureel verrichten van werkzaamheden in
een rouleersysteem volgens een dienstrooster. Hierbij dient tenminste sprake te zijn
van twee diensten per etmaal gedurende 5 dagen per week of 10 dagen per twee
weken. Tussen de aanvangstijdstippen van twee diensten dienen tenminste 8 uren te
liggen.
Indien de werkgever besluit tot het instellen van een ploegendienst, zal het
dienstrooster worden uitgevoerd door en in overleg met een tevoren aangezochte
ploeg werknemers. - Indien de werknemer arbeid verricht in ploegendienst ontvangt hij:
- In een systeem van 2 ploegen met een vroege dienst die begint op of na
05.00 uur en een late dienst, niet zijnde een nachtdienst, die begint op of na 14.00
uur een toeslag van 8,75% van het voor hem geldende functieloon; - In een systeem van 2 ploegen met een dagdienst en een nachtdienst die
begint op of na 22.00 uur dan wel eindigt na 02.00 uur een toeslag van 11,25% van
het voor hem geldende functieloon; - In een systeem van 3 of meer ploegen een toeslag van 13,75% van het voor hem
geldende functieloon.
3. Indien in een onderneming op 1 april 1979 een hogere toeslag werd betaald dan
genoemd in lid 2 blijft die toeslag van toepassing.
Artikel 37
Toeslagenmatrix
1) Voor ééndaagse ritten is voor de diensturen op maandag tot en met zondag gelegen
tussen 21.00 – 05.00 uur een toeslagenmatrix van toepassing waarbij een toeslag
van 19% op het uurloon toegekend. Van dit percentage mag in positieve zin, ten
gunste van de werknemer, worden afgeweken.
2) Bij samenloop van de toeslagenmatrix met de ploegendiensttoeslag in de zin van
artikel 36 komt enkel de ploegendiensttoeslag tot uitkering.
3) De toeslagenmatrix en eventuele overurentoeslagen zijn los van elkaar staande
toeslagen die gelijktijdig van toepassing kunnen zijn.
Artikel 38
A) Vuilwerktoeslag
De werkgever kan een toeslag toe kennen aan hen, die werken met voor de gezondheid
schadelijke en/of grote verontreiniging veroorzakende artikelen die bruto maximaal € 38,20
per 4 weken respectievelijk € 41,50 per maand bedraagt. Deze bedragen worden per 1 juli
2024 verhoogd naar € 38,96 per 4 weken respectievelijk € 42,33 per maand. Per 1 januari
2025 worden de bedragen verhoogd naar € 40,52 per 4 weken respectievelijk € 44,02 per
maand.
B) Koudetoeslag
Voor het structureel werken in vrieshuizen geldt een bruto toeslag van € 38,20 per 4 weken
respectievelijk € 41,50 per maand bedraagt. Deze bedragen worden per 1 juli 2024 verhoogd
naar € 38,96 per 4 weken respectievelijk € 42,33 per maand. Per 1 januari 2025 worden de
bedragen verhoogd naar € 40,52 per 4 weken respectievelijk € 44,02 per maand.
Hoofdstuk XII Vergoedingen
Artikel 39a
Vergoeding reiskosten woon-werkverkeer
- Werknemers hebben recht op de geldende fiscale maximum netto
kilometervergoeding met een maximum van 35 km (enkele reisafstand) onder
vermindering van de eerste 10 km.
Dit betekent voor 2024 een reiskostenvergoeding van € 0,23 per kilometer.
De maximale vergoeding per enkele reisafstand is dan 25 x € 0,23 = € 5,75. - De woon-werkafstand wordt bepaald aan de hand van de routeplanner van de
ANWB, van huisadres naar standplaats op basis van de optie “kortste route”. De
afstand enkele reis wordt afgerond op hele kilometers (0,5 en hoger naar boven, lager
dan 0,5 naar beneden). - De werknemer heeft geen recht op reiskostenvergoeding indien de werkgever vervoer
ter beschikking stelt. - De reiskostenvergoeding wordt alleen betaald voor de dagen dat er daadwerkelijk
woon-werkverkeer heeft plaatsgevonden. - Als de reisafstand voor het woon-werkverkeer door verhuizing van de werknemer
groter wordt, is de werkgever niet verplicht het meerdere aan reiskosten te
vergoeden. - Van deze regeling mag in positieve zin, ten gunste van de werknemer, worden
afgeweken.
Artikel 39b
Vergoeding van reiskosten anderszins
- Aan de werknemer die dienst heeft buiten standplaats, worden behoudens de
gevallen waarin een afzonderlijke detacheringsregeling is getroffen, de werkelijk
betaalde reiskosten vergoed. Dit is slechts anders, indien:
- de reis heeft plaatsgevonden door gebruikmaking van kosteloos vervoer dan wel
- de reis had kunnen plaatsvinden door gebruikmaking van kosteloos vervoer indien
de werknemer dit tijdig zou hebben aangevraagd.
2.a. Bij verplaatsing van het bedrijf en bij overplaatsing van werknemers worden
gedurende één jaar de extra kosten voor woon/werkverkeer vergoed volgens de, in
dat jaar geldende fiscale maximum netto kilometervergoeding.
2.b. De uit lid 2a voortvloeiende extra reistijd wordt gedurende één jaar vergoed op basis
van het voor de werknemer geldende uurloon, met dien verstande dat deze tijd niet bij
de vaststelling van overuren wordt betrokken.
Artikel 40
Vergoeding van verblijfkosten
Vergoedingen voor eendaagse ritten
| Korter dan 4 uur | Geen onbelaste vergoeding |
| Langer dan 4 uur | € 0,80 per uur |
| Tussen 18.00 en 24.00 uur (bij vertrek voor 14.00 uur) | € 3,65 per uur |
| Vertrek na 14.00 uur (afwezigheid min. 12 uur) | € 15,22 toeslag |
Vergoedingen voor meerdaagse ritten
| Eerste dag | € 1,60 per uur |
| Tussen 17.00 en 24.00 uur (vertrek voor 17.00 uur) | € 3,65 per uur |
| Tussentijdse dagen | € 63,00 per dag |
| Laatste dag | € 1,60 per uur |
| Tussen 18.00 en 24.00 uur | € 3,65 per uur |
| Tussen 24.00 en 06.00 uur | € 1,60 per uur |
| Tussen 24.00 en 06.00 uur (aankomst na 12.00 uur) | € 3,65 per uur |
Vergoeding voor overstaan
| Per dag netto | € 15,22 |
| + Extra vergoeding bruto | € 27,12 |
1) Een eendaagse rit betekent dat vertrek en aankomst binnen 24 uur plaatsvinden.
2) Het criterium geldt voor de afwezigheidsduur van de standplaats.
Lid 5:
Ten aanzien van de werknemer die in het kader van zijn dienstuitvoering gedurende een weekend of een (buitenlandse) feestdag niet op zijn standplaats verblijft terwijl aan hem voor die dag geen werkzaamheden zijn of kunnen worden opgedragen, wordt aan hem terzake van de extra kosten van het niet-vrijwillig verblijf een extra vergoeding van € 14,34 netto en € 25,57 bruto per dag toegekend. Deze bedragen worden per 1 juli 2024 verhoogd naar € 14,63 netto en € 26,08 bruto per dag. Per 1 januari 2025 wordt het netto bedrag aangepast conform de in lid 4 aangegeven systematiek en zal het bruto bedrag worden verhoogd naar € 27,12 per dag.
Artikel 41
Stagevergoeding
Aan de stagiair, zoals gedefinieerd in artikel 3 lid 19, die tenminste 4 dagen per week
ervaring komt opdoen op de werkvloer wordt een stagevergoeding toegekend van minimaal
€ 200,- bruto per maand. Indien er op minder dagen in de week stage wordt gelopen, dan iseen evenredig minimum bedrag van toepassing. Dit artikel is niet van toepassing op de BBL-
leerling zoals genoemd in artikel 11 van deze cao.
Artikel 42
Consignatievergoeding
De werknemer, die opdracht heeft gekregen zich beschikbaar te houden voor te verrichten
werkzaamheden, heeft recht op de navolgende vergoeding voor de uren waarvoor hij zich
overeenkomstig de opdracht beschikbaar heeft gehouden. Deze vergoeding bedraagt € 3,21
bruto per uur met een maximum van € 25,68 bruto per etmaal. Per 1 juli 2024 worden de
bedragen verhoogd naar € 3,27 per uur met een maximum van € 26,16 bruto per etmaal.
Per 1 januari 2025 worden de bedragen verhoogd naar € 3,40 per uur met een maximum
van € 27,20 bruto per etmaal.
Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
a. aan de werknemer dient vooraf te zijn medegedeeld, dat hij zich gedurende een
bepaalde vooraf vastgestelde tijdsruimte beschikbaar moet houden voor het verrich-
ten van werk en verplicht is gehoor te geven aan een oproep de dienst aan te vangen.
b. de werknemer komt voor de consignatievergoeding niet in aanmerking indien er
sprake is van diensttijd en hij zich in de bedrijfsruimte en/of op of rondom het voertuig
bevindt.
c. de werknemer komt evenmin voor de consignatievergoeding in aanmerking indien hij
een eenmalige oproep per etmaal ontvangt om de dienst op een bepaald tijdstip aan
te vangen.
d. er kan geen samenloop plaatsvinden van loon en/of andere toeslagen met deze
consignatievergoeding.
Artikel 43
Scholing algemeen
Ingeval scholing anders dan bedoeld in artikel 44 wordt gevolgd in opdracht van de
werkgever of die wordt gevolgd voor het behouden van code 95 en het TCVT-certificaat
en/of op grond van een aan de functie verbonden wettelijke verplichting, dienen aan de
werknemer de cursuskosten, het examengeld en de reiskosten (volgens de in dat jaar geldende fiscale maximum netto kilometervergoeding) te worden vergoed. Voorts zal de
werkgever de cursustijd a 100% vergoeden. Deze uren tellen niet mee bij de bepaling van
het aantal overuren en worden niet als zaterdag-of zondaguren vergoed.
Artikel 44
A) Vergoeding ADR-certificaat
Voor het behalen en periodiek in stand houden van het ADR-certificaat in opdracht van de
werkgever, zal de werkgever de cursuskosten, het examengeld en de reiskosten (volgens de
in dat jaar geldende fiscale maximum netto kilometervergoeding) vergoeden. Voorts zal de
werkgever de terzake bestede cursustijd met een maximum van 40 loonuren (à 100%)
vergoeden. Deze uren tellen niet mee bij de bepaling van het aantal overuren.
B) Vergoeding certificaat vorkheftruck
Voor het behalen en periodiek in stand houden van het certificaat vorkheftruck in opdracht
van de werkgever en/of het periodiek in stand houden van het vorkheftruckcertificaat op
verzoek van de werknemer, zal de werkgever de cursuskosten, het examengeld en de
reiskosten (volgens de in dat jaar geldende fiscale maximum netto kilometervergoeding)
vergoeden. Voorts zal de werkgever de terzake bestede cursustijd met een maximum van 40
loonuren (à 100%) vergoeden. Deze uren tellen niet mee bij de bepaling van het aantal
overuren.
Artikel 45
Studiekostenregeling
De werkgever heeft de mogelijkheid terzake van de in de artikelen 43 en 44 genoemde
kosten voor aanvang van de opleiding een studiekostenregeling aan z’n werknemers voor te
leggen indien deze opleidingen niet worden gevolgd in opdracht van de werkgever of op
grond van een voor de werkgever wettelijke verplichting.
Deze studiekostenregeling verplicht de werknemer:
- bij ontslagname van de werknemer binnen een jaar na het behalen van het
diploma/certificaat:
75% van de kosten van de genoten opleiding terug te betalen; - bij ontslagname van de werknemer binnen twee jaar na het behalen van het
diploma/certificaat:
50% van de kosten van de genoten opleiding terug te betalen; - bij ontslagname van de werknemer binnen drie jaar na het behalen van het
diploma/certificaat:
25% van de kosten van de genoten opleiding terug te betalen.
Artikel 46
Uitkering bij overlijden
- De werkgever dient na het overlijden van een werknemer aan de nabestaanden een
uitkering te verstrekken. - De uitkering wordt verstrekt over de periode vanaf de dag van overlijden tot en met de
laatste dag van de 2e maand na die, waarin het overlijden plaatsvond. - De uitkering moet worden berekend naar het laatst verdiende brutoloon dat de
werknemer toekwam. - De nabestaanden zijn:
a. De langstlevende van de echtgenoten van wie de werknemer niet duurzaam
gescheiden leefde dan wel degene met wie de werknemer ongehuwd
samenleefde.2
b. Bij ontbreken van de onder a. bedoelde persoon, de minderjarige wettige of erkende natuurlijke kinderen.
c. Bij ontbreken van de onder a en b bedoelde personen degenen ten aanzien
van wie de overledene grotendeels in de kosten van het bestaan voorzag en
met wie hij in gezinsverband leefde.3
- De uitkering mag alleen worden verminderd met de overlijdensuitkering welke de
nabestaanden van de WAO/WIA ontvangen.
2 Van ongehuwd samenleven is sprake indien twee ongehuwde personen een gezamenlijke
huishouding voeren, met uitzondering van bloedverwanten in de eerste graad.
3 Van “leven in gezinsverband” is sprake, indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in
dezelfde woning, zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van
een bijdrage in de kosten van de huishouding, dan wel op andere wijze in elkaars verzorging
voorzien.
Hoofdstuk XIII Vergoedingen voor werknemers te werk gesteld op mobiele kranen
Artikel 47
Reistijd voor de werknemer te werk gesteld op mobiele kranen
- Onder reistijd wordt verstaan de tijd gedurende welke gereisd wordt van de woning
naar het werk (niet zijnde de standplaats) en terug. - Voor de berekening van de reistijd wordt aangenomen dat per uur 60 km wordt
afgelegd. - De reistijd wordt door de werkgever vergoed op basis van 100% tegen het voor die
werknemer geldende uurloon met uitzondering van de eerste 60 minuten per dag
indien:
a. de arbeid plaats vindt in een andere dan de woongemeente van de werknemer en
b. de reistijd wordt gemaakt met:
- of een openbaar middel van vervoer;
- of een door de werkgever beschikbaar gesteld vervoermiddel, niet
zijnde de kraan; - of een eigen vervoermiddel.
Artikel 48
Reiskosten voor de werknemer te werk gesteld op mobiele kranen
- De werknemer, aan wie krachtens artikel 47 lid 1 reistijd wordt vergoed, heeft recht
op vergoeding van reiskosten. - De werkgever is gerechtigd een vervoermiddel aan te wijzen waarmee de werknemer
dient te reizen, uitgezonderd het eigen vervoermiddel van de werknemer. - De kosten van het reizen met het openbaar vervoer worden in de laagste klasse
vergoed. - De vergoeding voor het gebruik van de eigen personenauto bedraagt € 0,23 per
gereden kilometer. Indien in opdracht van de werkgever meerdere personen
meerijden, bedraagt de vergoeding € 0,25 per gereden kilometer. - De snelste reisafstand is bepalend bij het vaststellen van het aantal kilometers
dat voor vergoeding in aanmerking komt.
Artikel 49
Verblijfkosten voor de werknemer te werk gesteld op mobiele kranen
- Als vergoeding voor verblijfkosten gelden de bedragen genoemd in artikel 40
- Indien in verband met de werkzaamheden het dagelijks huiswaarts keren onredelijk
zou zijn, zulks ter beoordeling van de werkgever, dient de werknemer ter plaatse te
overnachten. Als op de mobiele kraan een slaapcabine ontbreekt, zullen de
logieskosten worden vergoed. Er vindt geen cumulatie plaats met de vergoedingen
als bedoeld in artikel 40.
Hoofdstuk XIV Vergoeding ziekte en ongeval buitenland/ongevallenverzekering
Artikel 50
Ziekte en ongeval in het buitenland
- Indien de werknemer wegens de hem opgedragen werkzaamheden buiten Nederland
verblijft en aldaar getroffen wordt door ziekte of ongeval kan hij/ namens hem jegens
werkgever aanspraak maken/worden gemaakt op vergoeding van:
a. de kosten van noodzakelijke geneeskundige verzorging;
b. de kosten van vervoer, voor zover dit vervoer noodzakelijk is om de
geneeskundige verzorging te ondergaan;
c. de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat zijn gezondheids-
toestand het hem veroorlooft naar Nederland terug te keren;
d. de noodzakelijke kosten van vervoer naar zijn woon- of verblijfplaats in Nederland.
e. de kosten van vervoer van het stoffelijk overschot van de overledene naar zijn woonplaats.
- De in lid 1 bedoelde aanspraken bestaan niet, voor zover de werknemer aanspraak
kan maken op overeenkomstige uitkeringen op grond van enige nationale wetgeving
of internationale overeenkomst dan wel uit hoofde van een voor de werknemer
geldende verzekeringsovereenkomst. - De werknemer kan geen aanspraak maken op vergoeding van de in lid 1 onder a. en
b. genoemde kosten indien hij door eigen schuld of toedoen geen aanspraken kan
ontlenen aan de voor hem geldende verzekering. - Indien de werknemer die in de omstandigheden verkeert als omschreven in de aanhef
van lid 1, zich in levensgevaar bevindt kan hij ten behoeve van zijn bloedverwanten in
de eerste graad alsmede zijn echtgenoot aanspraak maken op vergoeding van:
a. de noodzakelijke kosten van vervoer van hun woonplaats naar zijn verblijfplaats en
terug;
b. de noodzakelijke kosten van onderdak en voeding, totdat het levensgevaar
geweken is.
Artikel 51
Ongevallenverzekering
- De werkgever is verplicht ten behoeve van iedere werknemer een
ongevallenverzekering af te sluiten, hetzij collectief, hetzij individueel. De kosten van
deze verzekering komen volledig voor rekening van de werkgever. - De werkgever verschaft elke werknemer een afschrift van de polis of een overzicht
van de polisvoorwaarden en tevens (zo mogelijk jaarlijks) een bewijs van verzekering. - De onder 1 bedoelde verzekering dient tenminste aan de volgende voorwaarden te
voldoen:
a. De hieronder genoemde risico’s dienen zowel binnen als buiten diensttijd volledig gedekt te zijn. Uitgezonderd zijn de gebruikelijk voorkomende
uitsluitingen voor activiteiten die buiten diensttijd plaatsvinden en in de
polisvoorwaarden worden vermeld
b.1. Bij overlijden van (een van) de verzekerde(n), dient aan de nabestaanden van
betrokkene een uitkering te worden verstrekt ter grootte van het jaarinkomen,
zijnde het loon ingevolge de Wfsv.
b.2. In afwijking van het onder 3.b.1. gestelde kan worden overeengekomen dat
een uitkering ineens wordt verstrekt in de vorm van een vast bedrag ter
grootte van het aantal werkdagen per jaar x het maximum premiedagloon
ingevolge de Wfsv.
c. Bij blijvende algehele invaliditeit dient een uitkering ineens te worden verstrekt
ten minste ter grootte van het tweevoudige van het jaarinkomen als bedoeld
onder b.
d. Bij blijvende gedeeltelijke invaliditeit dient een uitkering ineens te worden
verstrekt, die is afgeleid van het onder c. genoemde.
e. De gerechtigde van de uitkering is de verzekerde werknemer of diens
nagelaten betrekkingen. Hieronder wordt verstaan: 1e de overblijvende
echtgenoot; 2e de erfgenamen.
- Indien door nalatigheid van de werkgever, bij een ongeval dat de dood of blijvende
invaliditeit van een werknemer ten gevolge heeft, geen recht op een onder lid 3
bedoelde uitkering bestaat, is de werkgever gehouden de betrokkene(n) schadeloos
te stellen.
Hoofdstuk XV
Artikelen 52 t/m 63
De bepalingen aangaande de logistieke paragraaf zijn verplaatst naar Bijlage VII
Hoofdstuk XVI Verzuim
Artikel 64
Afwezigheid met behoud van loon
Wanneer op een of meer dagen, niet zijnde roostervrije dagen, niet wordt gewerkt op grond
van een van de navolgende omstandigheden, wordt per dag 8 diensturen genoteerd.
Deze omstandigheden zijn:
- wegens vakantie (artikel 67a en b);
- tijd-voor-tijd-regeling (artikelen 30 en 31);
- op algemeen erkende christelijke en nationale feestdagen, niet
vallende op zaterdag en/of zondag (artikel 32); - bijzonder verlof (artikel 65);
- wegens ziekte of ongeval buiten schuld of toedoen van de betrokken werknemer (art. 16)
- ATV-dagen (artikel 68).
Artikel 65
Bijzonder verlof
- Indien de werknemer op een of meer dag(en) of gedeeltes van de dag de
overeengekomen werkzaamheden waartoe hij gehouden is niet kan verrichten,
vanwege een van de navolgende gebeurtenissen die op de betreffende dag(en) en/of
gedeelte van die dag plaatsvinden, wordt aan hem bijzonder verlof toegestaan:
a. bij een melding van een voorgenomen huwelijk van de werknemer 1 dag
b. bij huwelijk/geregistreerd partnerschap
- van de werknemer 2 dagen
- van een kind, broer, zuster, zwager, schoonzuster
of een der ouders of schoonouders van de werknemer 1 dag
c .- bij bevalling van de echtgenote/geregistreerde partner: éénmaal de
wekelijkse arbeidsduur - conform de wettelijke regeling geldt voor vrouwen
een zwangerschaps- en bevallingsverlof van 16 weken
d. bij overlijden - van de echtgeno(o)t(e) of een inwonend tot het ge-
zin behorend eigen-, stief- of pleegkind van de
werknemer, te rekenen vanaf de dag van het overlijden 4 dagen - van een der ouders, schoonouders, pleegouders of
niet-inwonende kinderen van de werknemer 2 dagen - van een broer, zuster, zwager, schoonzuster, een der
grootouders van de werknemer of diens echtgeno(o)t(e)
of een kleinkind van de werknemer 1 dag
e. bij priesterwijding van een kind of broer van de werknemer 1 dag
f. bij een eeuwige kloostergelofte van een kind, broer
of zuster van de werknemer 1 dag
g. bij een 25- of 40-jarig huwelijk van de werknemer 1 dag
bij een 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijk van de
ouders of schoonouders van de werknemer 1 dag
h. bij verhuizing - anders dan in geval van overplaatsing aan hen, die
een eigen huishouding hebben, maximaal per kalenderjaar 2 dagen - in geval van overplaatsing dient dit verzuim in onderling overleg geregeld te worden.
i. na opzegging van de dienstbetrekking door de werkge-
ver, voor het zoeken van een nieuwe werkgever, indie
de werknemer tenminste gedurende 6 weken onmiddellijk
aan de datum van opzegging voorafgaand, onafgebroken
in dienst bij de werkgever is geweest, ten hoogste 1 dag
j. bij vervulling van een van overheidswege, zonder
geldelijke vergoeding, opgelegde persoonlijke verplichting
waarvan de vervulling niet in zijn vrije tijd kan plaatsvinden,
de werkelijk benodigde tijd tot ten hoogste 12 uur
k. voor het afleggen van een vakexamen, waaronder wordt
verstaan een als zodanig door de werkgever aangemerkt
examen, de daarvoor benodigde tijd.
l. voor het consulteren van een huisarts, tandarts, specialist of
andere geneeskundigen en het laten verrichten van medische
controles en onderzoeken, de daarvoor benodigde tijd; daarbij
dient de werknemer zich ervoor in te spannen, dat
vorenbedoelde afspraken op zodanige tijdstippen vallen, dat
de uitoefening van de functie daardoor zo weinig mogelijk wordt
belemmerd.
m. de uitoefening van het kiesrecht.
n. voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een werk-
nemersorganisatie.Het hoofdbestuur van een werknemersorganisatie kan per kalenderjaar
bij een werkgever voor elk tiental bij deze werkgever in dienst
zijnde leden, dat bij haar is aangesloten en waarop deze overeenkomst
van toepassing is, een dag zogenaamd organisatieverlof aanvragen om
die leden met genoemde werkzaamheden te belasten.
Het aantal leden wordt per werknemersorganisatie naar boven
afgerond op tientallen, met dien verstande dat een werknemersorganisatie
geen recht op organisatieverlof kan doen gelden wanneer zij bij een
werkgever, waarop deze overeenkomst van toepassing is, minder
dan tien leden telt. Per aangewezen werknemer kunnen niet
meer dan twintig dagen organisatieverlof per kalenderjaar worden genoten.
In geval de vakbondswerkzaamheden op een zaterdag plaatsvinden, krijgt de
werknemer hiervoor 10 uren a 100% vergoed.
Werkgevers kunnen voor het vergoeden van vakbondsverlof een vergoeding
aanvragen bij SOOB.
o. Voor het deelnemen aan een vormingscursus ter voorbereiding
op het pensioen voor de werknemer van 60 jaar en ouder, gedurende de
tijd dat de cursus duurt met een maximum van een week en maximaal
éénmaal per jaar.
- De werknemer krijgt een vrije dag met behoud van loon toegekend in geval van zijn
25-, 40- of 50-jarig dienstjubileum. Deze vrije dag is extra en kan worden opgenomen
in overleg tussen werkgever en werknemer.
Artikel 66
Bijzonder verlof zonder behoud van loon
Bijzonder verlof zonder behoud van loon wordt toegestaan voor:
a. het uitoefenen van het lidmaatschap van een openbaar lichaam, tenzij het bedrijfsbelang
zich daartegen verzet;
b. voor het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van een werknemersorganisatie, die
partij is bij het afsluiten van deze CAO tot ten hoogste 6 dagen per kalenderjaar, tenzij het
bedrijfsbelang zich daartegen verzet;
c. in afwijking van het gestelde in artikel 65 lid 1 sub n geldt voor leden van de
werknemersorganisaties, die werkzaam zijn in ondernemingen waar minder dan 10
werknemers lid zijn van de betreffende werknemersorganisatie, dat zij recht hebben
gedurende 1 dag per jaar werkzaamheden ten behoeve van een werknemersorganisatie
te verrichten, tenzij het bedrijfsbelang zich daartegen verzet. De betrokken werknemersorganisatie kan ten behoeve van de werknemer diens functieloon declareren bij het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds.
Hoofdstuk XVII Vakantie(bijslag) en Arbeidstijdverkorting
Artikel 67a
Vakantie
- Ten aanzien van de vakantie gelden -met inachtneming van de leden 2 tot en met 9
van dit artikel- de wettelijke bepalingen, geregeld in artikel 7:634 BW en verder. - Het vakantiejaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
- De normale vakantie per jaar bedraagt:
a. voor werknemers van 16 jaar en jonger 28 dagen
voor werknemers van 17 en 18 jaar 26 dagen
voor werknemers van 19 t/m 39 jaar 24 dagen
voor werknemers van 40 t/m 44 jaar 24 dagen
voor werknemers van 45 t/m 49 jaar 25 dagen
voor werknemers van 50 t/m 54 jaar 26 dagen
voor werknemers van 55 t/m 59 jaar 27 dagen
voor werknemers van 60 jaar en ouder 28 dagen
b. In afwijking van het gestelde onder a. bedraagt de vakantie per jaar:
voor werknemers met 10 dienstjaren 25 dagen
voor werknemers met 15 dienstjaren 26 dagen
voor werknemers met 20 dienstjaren 27 dagen
voor werknemers met 25 dienstjaren 28 dagen
voor werknemers met 30 dienstjaren 29 dagen
c. Het toekennen van vakantiedagen vindt plaats of op grond van de lengte van het dienstverband dan wel op grond van leeftijd; het hoogste aantal dagen prevaleert.
d. De werknemer heeft recht op het onder a. respectievelijk b. van lid 3 genoemde
aantal vakantiedagen, indien hij op 1 juli de daarbij genoemde leeftijd heeft
bereikt, respectievelijk het daarbij genoemde aantal dienstjaren zonder
onderbreking in de onderneming heeft vervuld. Als onderbreking wordt niet
beschouwd enige vorm van verlof of afwezigheid met instandhouding van de
arbeidsovereenkomst.
- Werknemer heeft de mogelijkheid om per kalenderjaar 4 bovenwettelijke
vakantiedagen aan te kopen of te verkopen. De waarde van een vakantiedag wordt
bepaald overeenkomstig het bepaalde in lid 10 van dit artikel.
- De werknemer heeft geen aanspraak op vakantie over de tijd, gedurende welke hij
wegens het niet verrichten van de bedongen arbeid geen aanspraak op in geld
vastgesteld loon heeft, tenzij uit artikel 7:635 BW anders voortvloeit. - De totale aanspraak op vakantie wordt bij het einde van het vakantiejaar, of bij het
einde van de dienstbetrekking naar boven afgerond op halve dagen indien het
dienstverband van de werknemer tenminste 2 maanden onafgebroken heeft geduurd.
7.a. De werkgever bevordert, dat de werknemer zijn vakantiedagen in het lopende
vakantiejaar opneemt. Daartoe zal de werkgever tijdig in overleg met de werknemers jaarlijks een goede vakantieplanning maken.
7.b. Desgewenst geniet de werknemer -voor zover de aanspraak in het betreffende
vakantiejaar toereikend zal zijn- drie weken aaneengesloten vakantie.
7.c. De werknemer ouder dan 50 jaar geniet desgewenst – voor zover de aanspraak in
het betreffende vakantiejaar toereikend zal zijn – 4 weken aaneengesloten vakantie in
een door werkgever na overleg met de werknemer te bepalen periode.
7.d. De werkgever stelt de tijdstippen van aanvang en einde van de vakantie vast na
overleg met de werknemer, waarbij de aanvang van de aaneengesloten vakantie
zoveel mogelijk zal zijn gelegen in de periode van 1 mei tot en met 30 september.
7.e. De werkgever mag niet bepalen, dat oponthoud tijdens een meerdaagse buitenlandse
rit als vakantie zal worden aangemerkt, tenzij met de werknemer op diens verzoek
anders is overeengekomen.
7.f. De werkgever heeft de bevoegdheid jaarlijks drie verplichte snipperdagen aan te
wijzen. Deze snipperdagen moeten direct voorafgaan aan of volgen op een der in
artikel 32 genoemde feestdagen. Indien de werkgever van deze mogelijkheid gebruik
maakt dient dat tenminste twee maanden van tevoren schriftelijk bekend gemaakt te
worden.
- Vakantiedagen worden aan het begin van het kalenderjaar toegekend. De feitelijke
opbouw vindt per betalingsperiode plaats. In geval van een negatief saldo aan
vakantiedagen bij einde dienstverband, zullen deze bij de eindafrekening worden
verrekend. - Voor elke vakantiedag waarop de werknemer, bij beëindiging van het dienstverband
aanspraak heeft en die niet alsnog wordt genoten, wordt het functieloon van één dag
vermeerderd met de vakantietoeslag en (indien van toepassing) de ploegentoeslag
en de persoonlijke toeslag uitbetaald. - Met ingang van 1 januari 2019 bestaat de waarde van de 20 wettelijke vakantiedagen
en van 2 van de bovenwettelijke vakantiedagen die vanaf 1 januari 2019 worden
opgebouwd, uit de volgende onderdelen:
- Het functieloon van 1 dag vermeerderd met de persoonlijke toeslag en de
ploegentoeslag; - Het gemiddelde bedrag dat in het voorafgaande kalenderjaar per dag is ontvangen
aan een structurele vergoeding van de toeslagen voor de zaterdag- en zondaguren
(art. 33), de Toeslagenmatrix (art. 37) de vuilwerktoeslag (art. 38A), de koudetoeslag
(art. 38B), de consignatievergoeding (art. 42), de reisuren voor de werknemers op
mobiele kranen (art. 47) en de onregelmatigheidstoeslag (art. 4 Bijlage VII). In
verband met het niet altijd structurele karakter van deze vergoedingen wordt 90% van
de totale waarde meegenomen in de berekening; - Het gemiddelde bedrag dat in het voorafgaande kalenderjaar per dag is ontvangen
aan een structurele vergoeding van overuren, zaterdag- en zondaguren voor zover
deze de 40 uur per week overschrijden. In verband met het niet altijd structurele
karakter van deze vergoedingen wordt dit bedrag vervolgens afgetopt op 22,75% van
het functieloon.
11.a. De werkgever is verplicht aantekening te houden van de door de werknemer
opgenomen, respectievelijk aan hem uitbetaalde vakantiedagen/-uren.
11.b. Mutaties ten aanzien van het (resterend) aantal vakantiedagen/-uren dienen op de
salarisspecificatie te worden vermeld.
11.c. De werkgever verstrekt bij het einde van de dienstbetrekking aan de werknemer een
verklaring waaruit het aantal bij de beëindiging uitbetaalde vakantiedagen/-uren blijkt.
Artikel 67b
Persoonlijk keuzebudget (PKB)
- De verplichte PKB regeling is afgeschaft. Het is echter wel mogelijk om op
bedrijfsniveau afspraken te maken op basis van vrijwilligheid. Werknemers en
werkgevers kunnen niet verplicht worden om hieraan deel te nemen. - De volgende arbeidsvoorwaarden worden ingebracht in het PKB:
a) Twee (2) van de vier (4) bovenwettelijke vakantiedagen;
b) De extra, boven de 24 per jaar, vakantiedagen op grond van leeftijd en/of
dienstjaren.
c) Desgewenst brutoloon. - Het PKB wordt aan het begin van het kalenderjaar toegekend. De feitelijke opbouw
vindt per betalingsperiode plaats. - De waarde van een vrije dag is 8 x het van toepassing zijnde uurloon vermeerderd
met de vakantietoeslag en (indien van toepassing) de ploegentoeslag en de
persoonlijke toeslag. - De werknemer kan per betalingsperiode keuzes maken met het tot dan toe
opgebouwde saldo. Er kan gekozen worden voor geld, vrije tijd of scholing (zowel
functiegericht als niet-functiegericht). Als er gekozen wordt voor vrije tijd dan kan men
maximaal 18 dagen aankopen. - Een reeds ingeroosterde vrije dag, aangekocht vanuit het PKB zal in geval van ziekte
weer toegevoegd worden aan het PKB saldo. - Indien er geen keuzes worden gemaakt, blijft de opbouw per betalingsperiode
doorlopen tot het einde van het kalenderjaar. Het resterende PKB-saldo inclusief de
aangekochte doch niet opgenomen vakantiedagen worden aan het einde van het
vakantiejaar volledig uitbetaald.
Artikel 68
ATV-dagen
- De werknemer heeft op jaarbasis recht op 3,5 ATV-dagen.
- Het toekennen van de ATV-dagen moet door de werkgever na overleg met de
werknemer in een schriftelijke regeling worden vastgelegd welke uiterlijk 3 maanden
vóór de eerste vrije dag van betrokken werknemer aan hem is uitgereikt.
Indien niet uiterlijk vóór 1 oktober van enig jaar deze dagen zijn ingeroosterd, worden
deze dagen na die datum opgenomen op de wijze voorzien in artikel 67a lid 7a - De overeenkomstig lid 2 toegekende atv-dagen komen in geval van
arbeidsongeschiktheid op de ingeroosterde dag(en), te vervallen.
Artikel 69
Vakantiebijslag
- Per kalenderjaar heeft de werknemer recht op een vakantiebijslag die 8% bedraagt
van het over de vierde betalingsperiode van het lopende kalenderjaar berekende loon
maal dertien en bij loonbetaling per maand 8% van het loon over de maand april van
het lopende kalenderjaar maal twaalf. Onder het loon zoals genoemd in dit artikel
wordt verstaan het van toepassing zijnde functieloon, vermeerderd met, indien van
toepassing, de ploegendiensttoeslag en de persoonlijke toeslag ex artikel 23 van
deze CAO. - De minimum vakantiebijslag bedraagt per kalenderjaar voor alle werknemers van 21
jaar en ouder en voor de vakbekwame chauffeurs en kraanmachinisten jonger dan 21
jaar tenminste 104% van het in de vierde betalingsperiode van het lopende
kalenderjaar geldende loon, respectievelijk tenminste 96% van het loon over de
maand april van het lopende kalenderjaar bij maandbetaling, behorende bij schaal D
trede 1. Voor de jeugdige werknemer in de zin van artikel 20 bedraagt dit minimum
het bij hun leeftijd passende percentage, genoemd in artikel 20, van het in dit lid
aangegeven minimumbedrag. - Indien de werknemer slechts een gedeelte van het kalenderjaar in dienst is van de
werkgever, heeft hij recht op een evenredig deel. - De vakantiebijslag dient in de maand mei over het lopende kalenderjaar te worden
uitbetaald. In overleg tussen werknemers en werkgever kan op bedrijfsniveau worden
overeengekomen om het vakantiegeld per maand uit te kunnen betalen.
Overeenstemming hierover met de individuele werknemer dient in het voorgaande
kalenderjaar te worden bereikt. - In afwijking van het gestelde in lid 4 kan de werkgever aan de werknemer die minder
dan 1 jaar in zijn dienst is, of op basis van een tijdelijk contract korter dan 3 jaar in zijn
dienst is, de vakantiebijslag in twee termijnen betalen, en wel één in de maand mei
en één in de maand november. - Indien het dienstverband van de werknemer vóór de vierde betalingsperiode dan wel
vóór april eindigt, vormt – in afwijking van lid 1 – het laatst genoten loon de basis van
de berekening van de vakantiebijslag. - In geval van langdurige arbeidsongeschiktheid is de werkgever over een periode van
24 maanden van de arbeidsongeschiktheid verplicht de vakantiebijslag te betalen,
met inachtneming van de bepalingen in artikel 16 van de Wet Minimumloon en
Minimumvakantiebijslag. Voor de toepassing van dit artikellid worden perioden waarin
de werknemer ten gevolge van ziekte verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten,
bij elkaar opgeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan 4 weken
opvolgen.
Hoofdstuk XVIII Arbeidsvoorwaarden voor werknemers die voorheen onder de CAO Goederenvervoer Nederland ressorteerde
Artikel 69A Vervallen
Artikel 69B
Arbeidsvoorwaarden vanaf 1 juli 2017
Vanaf 1 juli 2017 gelden voor werknemers werkzaam bij ondernemingen waar voorheen de
CAO Goederenvervoer Nederland van toepassing was, de arbeidsvoorwaarden van deze
cao, tenzij uitdrukkelijk in deze cao anders wordt aangegeven.
Artikel 69C
Extra atv-dagen
Werknemers die voorheen onder de CAO Goederenvervoer Nederland vielen en op 31
december 2016 in aanmerking kwamen voor 18 extra atv-dagen per jaar, behouden tot aan
de AOW-gerechtigde leeftijd het recht op deze dagen.
Voor de ondernemingen die voorheen vielen onder de CAO Goederenvervoer Nederland zal
ten behoeve van deze regeling een fonds worden gecreëerd waarvoor met ingang van
1 januari 2024 maximaal 0,26% van de loonruimte door de werkgever ter beschikking zal
worden gesteld.
Artikel 69D
Loontabellen voor werknemers werkzaam bij ondernemingen waarop voorheen de CAO
Goederenvervoer Nederland van toepassing was
Voor werknemers die werkzaam zijn bij ondernemingen waar voorheen de CAO
Goederenvervoer Nederland van toepassing was, geldt per 1 januari 2024 een discount van
0,26% op de loontabellen zoals die zijn weergegeven in artikel 25 van deze cao.
In juli 2024 zal tussen partijen overleg plaatsvinden of het aantal werknemers dat recht heeft op de 18 atv-dagen nog langer rechtvaardigt dat er een discount op de lonen van de oud-
KNV-bedijven plaats vindt.
Uiterlijk in december 2024 wordt eventueel de nieuwe discount voor voormalig KNV-
bedrijven berekend en gecommuniceerd met sociale partners. Deze discount zal dan per 1 januari 2025 toegepast worden op het TLN-loongebouw.
KNV-loonschalen per 1 januari 2024 (+ 4%)
| Schaal | Week | 4 weken | Maand | 100% | 130% | 150% |
|---|---|---|---|---|---|---|
| A 1 | 530,80 | 2123,20 | 2317,83 | 13,27 | 17,25 | 19,91 |
| A 2 | 535,10 | 2140,40 | 2326,61 | 13,38 | 17,39 | 20,07 |
| A 3 | 556,50 | 2226,00 | 2419,66 | 13,91 | 18,08 | 20,87 |
| A 4 | 578,76 | 2315,04 | 2516,45 | 14,47 | 18,81 | 21,71 |
| A 5 | 601,91 | 2407,64 | 2617,10 | 15,05 | 19,57 | 22,58 |
| A 6 | 625,99 | 2503,96 | 2721,80 | 15,65 | 20,35 | 23,48 |
| B 1 | 541,64 | 2166,56 | 2355,05 | 13,54 | 17,60 | 20,31 |
| B 2 | 563,31 | 2253,24 | 2449,27 | 14,08 | 18,30 | 21,12 |
| B 3 | 585,84 | 2343,36 | 2547,23 | 14,65 | 19,05 | 21,98 |
| B 4 | 609,27 | 2437,08 | 2649,11 | 15,23 | 19,80 | 22,85 |
| B 5 | 633,64 | 2534,56 | 2755,07 | 15,84 | 20,59 | 23,76 |
| B 6 | 658,99 | 2635,96 | 2865,29 | 16,47 | 21,41 | 24,71 |
| C 1 | 565,10 | 2260,40 | 2457,05 | 14,13 | 18,37 | 21,20 |
| C 2 | 587,70 | 2350,80 | 2555,32 | 14,69 | 19,10 | 22,04 |
| C 3 | 611,21 | 2444,84 | 2657,54 | 15,28 | 19,86 | 22,92 |
| C 4 | 635,66 | 2542,64 | 2763,85 | 15,89 | 20,66 | 23,84 |
| C 5 | 661,09 | 2644,36 | 2874,42 | 16,53 | 21,49 | 24,80 |
| C 6 | 687,53 | 2750,12 | 2989,38 | 17,19 | 22,35 | 25,79 |
| D 1 | 601,64 | 2406,56 | 2615,93 | 15,04 | 19,55 | 22,56 |
| D 2 | 625,71 | 2502,84 | 2720,59 | 15,64 | 20,33 | 23,46 |
| D 3 | 650,74 | 2602,96 | 2829,42 | 16,27 | 21,15 | 24,41 |
| D 4 | 676,77 | 2707,08 | 2942,60 | 16,92 | 22,00 | 25,38 |
| D 5 | 703,84 | 2815,36 | 3060,30 | 17,60 | 22,88 | 26,40 |
| D 6 | 731,99 | 2927,96 | 3182,69 | 18,30 | 23,79 | 27,45 |
| E 1 | 631,03 | 2524,12 | 2743,72 | 15,78 | 20,51 | 23,67 |
| E 2 | 656,27 | 2625,08 | 2853,46 | 16,41 | 21,33 | 24,62 |
| E 3 | 682,52 | 2730,08 | 2967,60 | 17,06 | 22,18 | 25,59 |
| E 4 | 709,82 | 2839,28 | 3086,30 | 17,75 | 23,08 | 26,63 |
| E 5 | 738,21 | 2952,84 | 3209,74 | 18,46 | 24,00 | 27,69 |
| E 6 | 767,74 | 3070,96 | 3338,13 | 19,19 | 24,95 | 28,79 |
| E 7 | 798,45 | 3193,80 | 3471,66 | 19,96 | 25,95 | 29,94 |
| F 1 | 659,52 | 2638,08 | 2867,59 | 16,49 | 21,44 | 24,74 |
| F 2 | 685,90 | 2743,60 | 2982,29 | 17,15 | 22,30 | 25,73 |
| F 3 | 713,34 | 2853,36 | 3101,60 | 17,83 | 23,18 | 26,75 |
| F 4 | 741,87 | 2967,48 | 3225,65 | 18,55 | 24,12 | 27,83 |
| F 5 | 771,54 | 3086,16 | 3354,66 | 19,29 | 25,08 | 28,94 |
| F 6 | 802,40 | 3209,60 | 3488,84 | 20,06 | 26,08 | 30,09 |
| F 7 | 834,50 | 3338,00 | 3628,41 | 20,86 | 27,12 | 31,29 |
| F 8 | 867,88 | 3471,52 | 3773,54 | 21,70 | 28,21 | 32,55 |
| G 1 | 696,72 | 2786,88 | 3029,34 | 17,42 | 22,65 | 26,13 |
| G 2 | 724,59 | 2898,36 | 3150,52 | 18,11 | 23,54 | 27,17 |
| G 3 | 753,57 | 3014,28 | 3276,52 | 18,84 | 24,49 | 28,26 |
| G 4 | 783,71 | 3134,84 | 3407,57 | 19,59 | 25,47 | 29,39 |
| G 5 | 815,06 | 3260,24 | 3543,88 | 20,38 | 26,49 | 30,57 |
| G 6 | 847,66 | 3390,64 | 3685,63 | 21,19 | 27,55 | 31,79 |
| G 7 | 881,57 | 3526,28 | 3833,07 | 22,04 | 28,65 | 33,06 |
| G 8 | 916,83 | 3667,32 | 3986,38 | 22,92 | 29,80 | 34,38 |
| G 9 | 953,50 | 3814,00 | 4145,82 | 23,84 | 30,99 | 35,76 |
| H 1 | 734,08 | 2936,32 | 3191,78 | 18,35 | 23,86 | 27,53 |
| H 2 | 763,44 | 3053,76 | 3319,44 | 19,09 | 24,82 | 28,64 |
| H 3 | 793,98 | 3175,92 | 3452,23 | 19,85 | 25,81 | 29,78 |
| H 4 | 825,74 | 3302,96 | 3590,32 | 20,64 | 26,83 | 30,96 |
| H 5 | 858,77 | 3435,08 | 3733,93 | 21,47 | 27,91 | 32,21 |
| H 6 | 893,12 | 3572,48 | 3883,29 | 22,33 | 29,03 | 33,50 |
| H 7 | 928,84 | 3715,36 | 4038,60 | 23,22 | 30,19 | 34,83 |
| H 8 | 965,99 | 3863,96 | 4200,12 | 24,15 | 31,40 | 36,23 |
| H 9 | 1004,63 | 4018,52 | 4368,13 | 25,12 | 32,66 | 37,68 |
| H 10 | 1044,81 | 4179,24 | 4542,83 | 26,12 | 33,96 | 39,18 |
KNV-loonschalen per 1 juli 2024 (+ 2%)
| Schaal | Week | 4 weken | Maand | 100% | 130% | 150% |
|---|---|---|---|---|---|---|
| A 1 | 530,80 | 2123,20 | 2317,83 | 13,27 | 17,25 | 19,91 |
| A 2 | 545,80 | 2183,20 | 2373,14 | 13,65 | 17,75 | 20,48 |
| A 3 | 567,63 | 2270,52 | 2468,06 | 14,19 | 18,45 | 21,29 |
| A 4 | 590,34 | 2361,36 | 2566,80 | 14,76 | 19,19 | 22,14 |
| A 5 | 613,95 | 2455,80 | 2669,45 | 15,35 | 19,96 | 23,03 |
| A 6 | 638,51 | 2554,04 | 2776,24 | 15,96 | 20,75 | 23,94 |
| B 1 | 552,48 | 2209,92 | 2402,18 | 13,81 | 17,95 | 20,72 |
| B 2 | 574,58 | 2298,32 | 2498,27 | 14,36 | 18,67 | 21,54 |
| B 3 | 597,56 | 2390,24 | 2598,19 | 14,94 | 19,42 | 22,41 |
| B 4 | 621,46 | 2485,84 | 2702,11 | 15,54 | 20,20 | 23,31 |
| B 5 | 646,32 | 2585,28 | 2810,20 | 16,16 | 21,01 | 24,24 |
| B 6 | 672,17 | 2688,68 | 2922,60 | 16,80 | 21,84 | 25,20 |
| C 1 | 576,40 | 2305,60 | 2506,19 | 14,41 | 18,73 | 21,62 |
| C 2 | 599,46 | 2397,84 | 2606,45 | 14,99 | 19,49 | 22,49 |
| C 3 | 623,44 | 2493,76 | 2710,72 | 15,59 | 20,27 | 23,39 |
| C 4 | 648,38 | 2593,52 | 2819,16 | 16,21 | 21,07 | 24,32 |
| C 5 | 674,31 | 2697,24 | 2931,90 | 16,86 | 21,92 | 25,29 |
| C 6 | 701,28 | 2805,12 | 3049,17 | 17,53 | 22,79 | 26,30 |
| D 1 | 613,67 | 2454,68 | 2668,24 | 15,34 | 19,94 | 23,01 |
| D 2 | 638,22 | 2552,88 | 2774,98 | 15,96 | 20,75 | 23,94 |
| D 3 | 663,75 | 2655,00 | 2885,99 | 16,59 | 21,57 | 24,89 |
| D 4 | 690,30 | 2761,20 | 3001,42 | 17,26 | 22,44 | 25,89 |
| D 5 | 717,91 | 2871,64 | 3121,47 | 17,95 | 23,34 | 26,93 |
| D 6 | 746,63 | 2986,52 | 3246,35 | 18,67 | 24,27 | 28,01 |
| E 1 | 643,64 | 2574,56 | 2798,55 | 16,09 | 20,92 | 24,14 |
| E 2 | 669,39 | 2677,56 | 2910,51 | 16,73 | 21,75 | 25,10 |
| E 3 | 696,17 | 2784,68 | 3026,95 | 17,40 | 22,62 | 26,10 |
| E 4 | 724,02 | 2896,08 | 3148,04 | 18,10 | 23,53 | 27,15 |
| E 5 | 752,98 | 3011,92 | 3273,96 | 18,82 | 24,47 | 28,23 |
| E 6 | 783,10 | 3132,40 | 3404,92 | 19,58 | 25,45 | 29,37 |
| E 7 | 814,42 | 3257,68 | 3541,10 | 20,36 | 26,47 | 30,54 |
| F 1 | 672,70 | 2690,80 | 2924,90 | 16,82 | 21,87 | 25,23 |
| F 2 | 699,61 | 2798,44 | 3041,90 | 17,49 | 22,74 | 26,24 |
| F 3 | 727,59 | 2910,36 | 3163,56 | 18,19 | 23,65 | 27,29 |
| F 4 | 756,69 | 3026,76 | 3290,09 | 18,92 | 24,60 | 28,38 |
| F 5 | 786,96 | 3147,84 | 3421,70 | 19,67 | 25,57 | 29,51 |
| F 6 | 818,44 | 3273,76 | 3558,58 | 20,46 | 26,60 | 30,69 |
| F 7 | 851,18 | 3404,72 | 3700,93 | 21,28 | 27,66 | 31,92 |
| F 8 | 885,23 | 3540,92 | 3848,98 | 22,13 | 28,77 | 33,20 |
| G 1 | 710,64 | 2842,56 | 3089,86 | 17,77 | 23,10 | 26,66 |
| G 2 | 739,07 | 2956,28 | 3213,48 | 18,48 | 24,02 | 27,72 |
| G 3 | 768,63 | 3074,52 | 3342,00 | 19,22 | 24,99 | 28,83 |
| G 4 | 799,38 | 3197,52 | 3475,70 | 19,98 | 25,97 | 29,97 |
| G 5 | 831,36 | 3325,44 | 3614,75 | 20,78 | 27,01 | 31,17 |
| G 6 | 864,61 | 3458,44 | 3759,32 | 21,62 | 28,11 | 32,43 |
| G 7 | 899,19 | 3596,76 | 3909,68 | 22,48 | 29,22 | 33,72 |
| G 8 | 935,16 | 3740,64 | 4066,08 | 23,38 | 30,39 | 35,07 |
| G 9 | 972,57 | 3890,28 | 4228,73 | 24,31 | 31,60 | 36,47 |
| H 1 | 748,74 | 2994,96 | 3255,52 | 18,72 | 24,34 | 28,08 |
| H 2 | 778,69 | 3114,76 | 3385,74 | 19,47 | 25,31 | 29,21 |
| H 3 | 809,84 | 3239,36 | 3521,18 | 20,25 | 26,33 | 30,38 |
| H 4 | 842,23 | 3368,92 | 3662,02 | 21,06 | 27,38 | 31,59 |
| H 5 | 875,92 | 3503,68 | 3808,50 | 21,90 | 28,47 | 32,85 |
| H 6 | 910,96 | 3643,84 | 3960,85 | 22,77 | 29,60 | 34,16 |
| H 7 | 947,40 | 3789,60 | 4119,30 | 23,69 | 30,80 | 35,54 |
| H 8 | 985,30 | 3941,20 | 4284,08 | 24,63 | 32,02 | 36,95 |
| H 9 | 1024,71 | 4098,84 | 4455,44 | 25,62 | 33,31 | 38,43 |
| H 10 | 1065,70 | 4262,80 | 4633,66 | 26,64 | 34,63 | 39,96 |
Hoofdstuk XIX Overige bepalingen
Artikel 70
Bescherming van kaderleden
- De werkgever draagt er zorg voor, dat een kaderlid van een werknemersorganisatie
uit hoofde van zijn verenigingswerk in de onderneming niet in zijn positie als
werknemer wordt geschaad. - Kaderlid van een werknemersorganisatie is de in de onderneming werkzame
persoon, die een bestuurlijke of vertegenwoordigende functie uitoefent voor de
werknemersorganisatie waarvan hij lid is en die als zodanig door die organisatie bij
de werkgever schriftelijk is aangemeld. - Het is kaderleden van de werknemersorganisaties toegestaan vakbondsinformatie te
verspreiden via daarvoor beschikbaar gestelde publicatieborden, mits het hierbij niet
gaat om bedrijfsbeschadigende of opruiende informatie. - Voor het beëindigen van een arbeidsovereenkomst met een kaderlid van één der
werknemersorganisaties zijn dezelfde ontslagbepalingen van toepassing als die
welke bij een OR-lid van toepassing zijn.
Artikel 71
Gedragsregels bij fusies en reorganisaties
- Onverminderd de verplichtingen, voortvloeiende uit het S.E.R.- besluit
Fusiegedragsregels, is de werkgever die tenminste 50 werknemers in dienst heeft,
verplicht bij fusies, bedrijfssluitingen, concentraties, overname e.d. zo spoedig
mogelijk de werkgevers- en werknemersorganisaties in te schakelen. - In geval van werkvermindering in een onderneming dienen alvorens ontslag
plaatsvindt de beschikbare arbeidsuren, tussen werknemers in eenzelfde of
soortgelijke functie, te worden herverdeeld; ontslag zal in dat geval niet plaatsvinden,
indien het gemiddelde aantal arbeidsuren van deze groep werknemers nog meer dan
45 uur per week bedraagt. - Bij een ontslag in geval van reorganisatie dan wel werkvermindering waarbij 5 of meer
werknemers zijn betrokken, dienen de werknemersorganisaties te worden betrokken.
De in dit verband ontslagen werknemers dienen nadien
Artikel 72
Surseance van betaling en faillissement
- Een aanvraag van surseance van betaling zal onmiddellijk bij de werkne-
mersorganisaties worden gemeld. De werknemersorganisaties zijn tot de openbaar-
making van het vonnis, waarin surseance van betaling wordt verleend, tot geheimhouding verplicht. - Een verzoek tot faillietverklaring zal onmiddellijk bij de werknemersorganisaties
worden gemeld.
Artikel 73
Charterbepaling
- De werkgever is gehouden in overeenkomsten van onderaanneming, die in of vanuit
de in Nederland gevestigde onderneming van werkgever worden uitgevoerd, met
zelfstandige ondernemers, die als werkgever optreden, te bedingen dat aan diens
werknemers de basisarbeidsvoorwaarden van deze cao zullen worden toegekend,
wanneer dat voortvloeit uit de detacheringsrichtlijn, ook indien gekozen is voor het
recht van een ander land dan Nederland. - De werkgever is gehouden de in lid 1 van dit artikel genoemde werknemers te
informeren over de op hen van toepassing zijnde basisarbeidsvoorwaarden. - Lid 1 en 2 van dit artikel zijn niet van toepassing in geval de in lid 1 van dit artikel
genoemde arbeidskrachten rechtstreeks onder de werkingssfeer van deze cao vallen.
Op hen is immers de gehele CAO van toepassing.
Artikel 74
Dispensaties
1.a. Partijen zijn bevoegd voor bepaalde deelmarkten aanvullende overeenkomsten met
afwijkende bepalingen af te sluiten. Bedrijven kunnen een verzoek om toelating tot
een deelmarktovereenkomst richten tot partijen, p/a de secretaris van het overleg
inzake de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van
mobiele kranen, Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer.
1.b. Aanvullende overeenkomsten dienen als bijlage bij de CAO te worden opgenomen.
- Werkgevers vallende onder de werkingssfeer hebben de mogelijkheid om dispensatie
te verzoeken van de toepassing van deze CAO of van 1 of meer artikelen daarvan. - Een verzoek tot dispensatie dient te worden ingediend bij CAO-partijen, p/a de
secretaris van het overleg inzake de CAO voor het Beroepsgoederenvervoer over de
weg en de verhuur van mobiele kranen, Postbus 3008, 2700 KS Zoetermeer. - Het verzoek dient schriftelijk te worden ingediend bij CAO-partijen onder vermelding
van “Dispensatie”. - Het verzoek dient ten minste te vermelden:
a. Naam en adres van de verzoeker;
b. Ondertekening door de verzoeker;
c. Een nauwkeurige beschrijving van de aard en het bereik van het
dispensatieverzoek;
d. De argumenten van verzoeker om voor dispensatie in aanmerking te komen;
e. De dagtekening. - Indien CAO-partijen van mening zijn dat het verzoek onvoldoende omschreven,
gemotiveerd of gedocumenteerd is, dan zal binnen 2 weken aan verzoeker worden
medegedeeld op welke punten en met welke documenten het verzoek dient te
worden aangevuld. Aan verzoeker zal een termijn van 2 weken worden gesteld om de
aanvullende gegevens bij CAO-partijen in te dienen.
- Het verzoek zal niet in behandeling worden genomen indien de aanvullende
gegevens niet (voldoende) worden verstrekt. Verzoeker zal hierover schriftelijk
worden geïnformeerd. - CAO-partijen zullen binnen 2 weken na ontvangst van een voldoende omschreven,
gemotiveerd en gedocumenteerd verzoek dan wel binnen 2 weken na ontvangst van
de gevraagde aanvullende gegevens aan verzoeker berichten dat het verzoek in
behandeling zal worden genomen. - Bij de beoordeling of tot dispensatieverlening kan worden overgegaan, zullen CAO-
partijen als criteria hanteren:
a) Of er (tijdelijk) sprake is van bijzondere omstandigheden, afwijkend van hetgeen in de
bedrijfstak gebruikelijk is, op grond waarvan het in redelijkheid niet van verzoeker kan
worden gevergd dat de CAO (-of bepalingen daarvan) onverkort wordt toegepast en;
b) Of er sprake is van een andere, tenminste aan deze CAO (-of bepalingen daarvan)
gelijkwaardige regeling die tot stand is gekomen in samenspraak met een
werknemersorganisatie die onafhankelijk is van werkgever.
- CAO-partijen doen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 weken nadat het
verzoek in behandeling is genomen, uitspraak. CAO-partijen kunnen deze termijn
eenmaal met 8 weken verlengen. - CAO-partijen zullen de uitspraak schriftelijk en gemotiveerd mededelen aan
verzoeker. - Er behoeft door werkgever geen dispensatieverzoek te worden ingediend voor het
uitbetalen van bedragen die onder de WKR-regeling kunnen worden gebracht.
Artikel 75
Nieuwe arbeidssystemen
Daar waar men bij de invoering van nieuwe arbeidssystemen door één of meerdere CAO-
artikelen wordt belemmerd is het alleen mogelijk in overleg met de werknemersorganisaties
van dat artikel of die artikelen af te wijken indien aan de volgende randvoorwaarden wordt
voldaan:
- voor zover mogelijk dient het inkomensniveau van de werknemer gehandhaafd te worden;
- er zal sprake moeten zijn van een productiviteitsverbetering voor de werkgever;
- er zal sprake moeten zijn van een verbetering van de arbeidsomstandigheden voor de
werknemers.
Het aldus overeengekomen arbeidssysteem dient te worden aangemeld bij en te worden
geregistreerd door het CAO-secretariaat.
Artikel 76
Arbeidstijdenbesluit Vervoer
- CAO-partijen hebben met elkaar afspraken gemaakt met betrekking tot de
implementatie van richtlijn 2002/15 (48-urige werkweek). In overleg met het ministerie
van Infrastructuur en Milieu zal deze afspraak in het Arbeidstijdenbesluit Vervoer
worden geïmplementeerd.
CAO-partijen zijn overeenkomstig artikel 2.5:8 van het Arbeidstijdenbesluit Vervoer overeengekomen om de gemiddelde arbeidstijd te bezien over een periode van 26 achtereenvolgende weken. - Overeenkomstig de regeling vrijstelling nachtarbeid wegvervoer zijn CAO-partijen
overeengekomen dat de volgende categorieën van vervoer zijn vrijgesteld van het
bepaalde in artikel 2.5:4, tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer:
a. vervoer van levende dieren;
b. vervoer van ochtendkranten;
c. vervoer van postzendingen en- pakketten;
d. collectief binnenlands vervoer van bloembollen, bloemen, planten en
boomkwekerijproducten. - In afwijking van artikel 8 lid 4 jo. artikel 4 onder g van Verordening (EG) nr. 561/2006
krijgen werknemers, nadat zij zijn teruggekeerd op standplaats, recht op de volgende
uren dagelijkse rust:
a. 3 keer per week 10 uur;
b. 2 keer per week 11 uur.
Artikel 77 Vervallen
Hoofdstuk XX Slotbepalingen
Artikel 78
Naleving CAO
1.a. De werkgever is gehouden op schriftelijk verzoek van een werknemersorganisatie,
binnen 4 weken schriftelijk aan te tonen dat de CAO correct is nageleefd. Het betreft
de artikelen 6 sub 2b, 8 + 10, 16, 19, 20, 21, 25, 26a, 29 leden 3 en 4, 40, 67a, 68,
69, 69Bt/m 69D en 75 van de CAO over een periode van 1 jaar voorafgaand aan het
verzoek.
1.b. In afwijking van de in lid a genoemde periode van 1 jaar, geldt voor de controle op de
naleving van de artikelen 26a en 40, een periode van 3 maanden. Tevens geldt voor
de controle op de artikelen 26a en 40, een maximering van het volume van op te
vragen gegevens van 15% van de te controleren werknemers tot een maximum van
20 werknemers.
1.c. Indien de werkgever niet aantoont dat deze CAO getrouwelijk is nageleefd, is de
werkgever ten opzichte van de werknemersorganisatie schadeplichtig
overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de Wet CAO. De betreffende
werknemersorganisatie draagt de door hem ontvangen schadevergoeding af aan de
Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg
en de verhuur van mobiele kranen.
1.d. Indien het verzoek van de werknemersorganisatie aan de werkgever niet op redelijke
grond is gedaan is de werknemersorganisatie gehouden aan de werkgever een
schadevergoeding te betalen van € 11.344,50 voor de schade die de werkgever heeft
geleden ten gevolge van het verzoek.
1.e. In afwijking van het gestelde in lid d geldt voor het op niet redelijke grond verzoeken
van een controle op de naleving van de artikelen 26a en 40 een schadevergoeding
van € 25.000,–
1.f. In afwijking van de leden 1a en 1b, zal geen controle van de artikelen 26a en 40
plaatsvinden indien de werkgever in de 12 maanden voorafgaand reeds door één van
de werknemersorganisaties op CAO-naleving is gecontroleerd.
Artikel 79
Verplichtingen van partijen
- Partijen zijn verplicht te bevorderen dat de CAO getrouwelijk wordt nageleefd.
- Partijen zijn verplicht tijdens de contractperiode onverwijld het overleg te openen over
wijzigingen in de loon- en arbeidsvoorwaarden als gevolg van:
a. voorstellen, welke door één of meer bij deze overeenkomst betrokken partijen zijn
gedaan, om de naleefbaarheid van de CAO te verbeteren;
b. centrale loonafspraken, die kunnen voortvloeien uit wettelijke maatregelen;
c. afspraken tussen centrale werkgevers- en werknemersorganisaties al of niet in
samenwerking met de overheid;
d. buitengewone veranderingen in de algemeen sociaal-economische verhoudingen in
Nederland. - Partijen zijn verplicht, onverwijld in overleg te treden en zonodig de CAO aan te
passen, wanneer zich voor de bedrijfstak dan wel bedrijfstakfondsen ingrijpende
ontwikkelingen voordoen. - In geval een werkgever problemen ondervindt als gevolg van de samenloop van de
verblijfkostenvergoeding ingevolge artikel 40 van deze CAO en de gratis verstrekking
van een mealvoucher, zullen partijen in overleg gaan teneinde een oplossing voor het
probleem tot stand te brengen.
Artikel 80
Vakbondscontributie
Op verzoek van de werknemer is een werkgever verplicht om ruimte binnen de WKR
te benutten voor de fiscale verrekening van de vakbondscontributie. De werknemer
dient dit verzoek uiterlijk 1 oktober van het voorgaande kalenderjaar aan werkgever
kenbaar te hebben gemaakt.
Van werknemers die na 1 oktober 2023 in dienst komen, zal het verzoek alleen kunnen
worden gehonoreerd indien de werkgever nog voldoende ruimte binnen de WKR over
heeft.
Artikel 81
Opzegging/verlenging CAO
- Wanneer geen der partijen uiterlijk drie maanden voor het einde van deze
overeenkomst bij aangetekend schrijven haar wederpartij te kennen heeft gegeven,
dat zij deze overeenkomst niet wenst te verlengen, wordt de overeenkomst geacht
stilzwijgend voor de tijd van een jaar te zijn verlengd. Deze wijze van verlenging geldt
voor elke volgende periode van een jaar. - Ingeval één der partijen uiterlijk 3 maanden voor het einde van deze overeenkomst bij
aangetekend schrijven aan haar wederpartij te kennen heeft gegeven, dat zij deze
overeenkomst niet wenst te verlengen, verplichten partijen zich in overleg te treden,
teneinde een nieuwe CAO aan te gaan. Tijdens dit overleg blijft de overeenkomst
volledig van kracht tot maximaal 3 maanden na de datum waarop de oorspronkelijke
overeenkomst zou zijn geëindigd als deze rechtsgeldig was opgezegd.
Artikel 82
Inwerkingtreding en duur der overeenkomst
Deze overeenkomst treedt in werking op 1 januari 2024 en geldt tot 1 januari 2026.
Aldus overeengekomen te Culemborg/Zoetermeer/Utrecht.
Partij ter ene zijde:
Vereniging Verticaal Transport:
P.H.P. Sierat R.A. Alferink
voorzitter penningmeester
Transport en Logistiek Nederland:
E. Post C.A. Lycklama à Nijeholt
algemeen voorzitter penningmeester
Partij ter andere zijde:
CNV Vakmensen:
P.S. Fortuin R. van Dijk
voorzitter onderhandelaar
FNV Transport & Logistiek:
S. Verduijn
bestuurder
De Unie:
R. Castelein E. Werger
voorzitter belangenbehartiger
BIJLAGE I Beroepsprocedure
Werknemer is het niet eens met zijn functie-indeling.
|
Werknemer* neemt contact op met zijn werkgever** (directe chef of personeelsfunctionaris).
|
Werknemer vraagt een toelichting op zijn functie-indeling. Werkgever motiveert de indeling, mede
aan de hand van de beschikbare functietyperingen. Indien hij dit wenst kan de werkgever zich wenden tot het Sectorinstituut Transport en Logistiek om gezamenlijk tot een juiste functieindeling te komen.
|
Indien werkgever en werknemer het niet met elkaar eens worden, kan de werknemer in beroep
gaan tegen zijn functie-indeling, door zijn bezwaar schriftelijk kenbaar te maken aan de BFB***.
|
De BFB stuurt aan de werknemer, binnen één week na ontvangst van het beroep, een
informatieformulier (met toelichting). Na terug-ontvangst van het volledig ingevulde formulier,
stuurt de BFB ook aan de werkgever een informatieformulier (met toelichting).
|
Het informatieformulier wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 2 weken, volledig ingevuld
retour gezonden aan de BFB, waarna de BFB het beroep in behandeling neemt.
|
De BFB stelt een onderzoek in of laat een onderzoek instellen door het Sectorinstituut Transport
en Logistiek.
|
De BFB doet schriftelijk uitspraak.
*De werknemer die georganiseerd is, kan advies inwinnen bij zijn vakorganisatie.
** De werkgever kan zijn organisatie raadplegen, of advies vragen
aan het Sectorinstituut Transport en Logistiek (zie lid 3 bij artikel
18 CAO).
*** BFB: Beroepscommissie Functiewaardering voor het Beroeps-
goederenvervoer over de Weg en de verhuur van mobiele kranen, Postbus 308, 2800 AH Gouda.
BIJLAGE II Reglement voor de Beroepscommissie Functiewaardering voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen(BFB)
Artikel 1
De BFB doet uitspraak in alle gevallen, waarin ingevolge artikel 24 van de collectieve
arbeidsovereenkomst voor het beroepsgoederenvervoer over de weg beroep wordt
ingesteld.
Artikel 2
De BFB bestaat uit een voorzitter en twee leden. Zowel door de werkgeversorganisaties, die
partij zijn bij de CAO gezamenlijk, als door de werknemersorganisaties, die partij zijn bij de
CAO, wordt een lid en een plaatsvervangend lid van de commissie benoemd. De aldus
benoemde leden doen gezamenlijk een voordracht aan de CAO-partijen voor een voorzitter
en een plaatsvervangend voorzitter. CAO-partijen benoemen de voorzitter en een
plaatsvervangend voorzitter.
De leden van de BFB kunnen zich door de respectievelijke plaatsvervangende leden doen
vervangen telkenmale als hen dit gewenst voorkomt. De plaatsvervangende voorzitter zal
slechts optreden als voorzitter van de BFB indien de voorzitter niet in de gelegenheid is om
zelf als voorzitter op te treden.
Artikel 3
De Voorzitter en de leden van de BFB en hun plaatsvervangers hebben zitting voor de tijd
van 3 jaar. Personen die rechtstreeks betrokken zijn geweest bij de onderhandelingen voor deze CAO,
kunnen geen deel uitmaken van de BFB.
De aftredende voorzitter respectievelijk plaatsvervangend voorzitter en leden respectievelijk
plaatsvervangende leden kunnen worden herbenoemd.
In een tussentijdse ontstane vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
Artikel 4
Ter vervulling van de secretariaatswerkzaamheden wordt een secretaris aan de BFB
toegevoegd. De secretaris is geen lid van de BFB. Hij wordt benoemd door de
werkgevers- en werknemersorganisaties, die partij zijn bij de CAO, gezamenlijk.
Artikel 5
De voorzitter, respectievelijk plaatsvervangend voorzitter, en leden respectievelijk
plaatsvervangende leden verliezen hun lidmaatschap der BFB:
a. door het verstrijken van de termijn, waarvoor men gekozen is;
b. door schriftelijk bedanken;
c. door het aannemen van een hoedanigheid, welke op grond van de bepalingen van dit
reglement de betrokkene ook niet in aanmerking zou kunnen doen komen voor benoeming.
Artikel 6
Na ontvangst van het beroepschrift wordt door de secretaris aan zowel klager als verweerder
uiterlijk 10 dagen voor de zittingsdatum kennis gegeven van de datum waarop de BFB zitting
zal houden voor de behandeling van het geschil.
Artikel 7
De BFB kan bepalen, dat partijen, alvorens de BFB het geschil ter zitting in behandeling
neemt, hun standpunt binnen door de BFB te bepalen termijnen, verduidelijken, schriftelijk
dan wel mondeling.
Artikel 8
De BFB kan zich door deskundigen laten adviseren.
Artikel 9
Partijen, indien daartoe verzocht, verschijnen persoonlijk of bij gemachtigde, desgewenst
bijgestaan door een raadsman, ter zitting.
Artikel 10
Als de betrokkene zonder bericht van verhindering niet verschijnt, wordt er een uitspraak bij
verstek gedaan, tenzij de BFB de zaak wenst uit te stellen.
Indien de betrokkene bericht zendt van een geldige reden van verhindering kan de zaak
worden uitgesteld, e.e.a. ter beoordeling van de BFB. Indien een zaak wordt uitgesteld, heeft
de verdere behandeling binnen 30 dagen plaats.
Artikel 11
De BFB kan, indien zij dit nodig of gewenst acht, de zitting aanhouden tot een nader te
bepalen datum.
Artikel 12
De BFB is verplicht uitspraak te doen binnen drie maanden na de dag, waarop de eerste
zitting in de betreffende zaak plaats had. Zij is echter gemachtigd om, indien bijzondere
omstandigheden te harer beoordeling, daartoe aanleiding geven de duur van haar last te
verlengen. De BFB-leden beslissen bij meerderheid van stemmen en maken daarbij geen
melding van de gevoelens der minderheid. In de uitspraak moeten worden vermeld de motie-
ven die tot de betreffende uitspraak hebben geleid.
De secretaris zendt ten spoedigste per aangetekend schrijven aan ieder der partijen een
door hem gewaarmerkt afschrift van de uitspraak.
BIJLAGE III Rust en pauzes volgens artikel 26A
Aaneengesloten rust is:
de werkelijk genoten aaneengesloten rust, echter:
minimaal 11 uur
óf
9 uur
rust
óf
compensatie van 3 uur in dezelfde 24-uurs periode + 9 uur
Staffel pauzetijden:
30 minuten bij een diensttijd van 4,5 uur tot 7,5 uur
60 minuten bij een diensttijd van 7,5 uur tot 10,5 uur
90 minuten bij een diensttijd van 10,5 uur tot 13,5 uur
120 minuten bij een diensttijd van 13,5 uur tot 16,5 uur
150 minuten bij een diensttijd van tenminste 16,5 uur.
BIJLAGE IV Ontslagrecht
Het arbeidsrecht kent diverse mogelijkheden om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.
Hieronder een kort en bondig overzicht.
Werknemer neemt ontslag
Een werknemer kan zijn arbeidsovereenkomst zelf opzeggen met inachtneming van één
maand opzegtermijn. Als de werknemer bijvoorbeeld op 15 juni opzegt, dan vangt de
opzegtermijn aan op 1 juli en eindigt de arbeidsovereenkomst op 1 augustus. Bij voorkeur
zegt de werknemer schriftelijk (gedateerd en ondertekend) op bij de werkgever. Als de
werknemer een dringende reden heeft om uit dienst te treden wil laten beoordelen door de
kantonrechter dan kan hij daartoe een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter. Er kan
alleen door de werknemer worden opgezegd als er een tussentijds opzegbeding in de
arbeidsovereenkomst is opgenomen.
Tijdelijke arbeidsovereenkomst eindigt
Als er sprake is van een tijdelijk dienstverband met een begin- en einddatum dan eindigt de
tijdelijke arbeidsovereenkomst automatisch op deze einddatum zonder dat opzegging is
vereist. De werkgever dient wel tijdig (uiterlijk één maand voor de einddatum) de
arbeidsovereenkomst aan te zeggen. Uiteraard kunnen partijen in overleg de
arbeidsovereenkomst verlengen. Werkgever en werknemer kunnen ook met elkaar
afspreken dat de arbeidsovereenkomst eindigt als er een zogenaamde ‘ontbindende
voorwaarde’ in werking treedt. Denk hierbij aan de situatie waarin een werknemer geen VOG
krijgt, maar deze wel nodig heeft om zijn werkzaamheden te verrichten. Als werknemer het
niet eens is met het einde van zijn tijdelijke arbeidsovereenkomst en hij er met werkgever
niet uitkomt, dan kan hij zijn bezwaren binnen twee maanden na de einddatum van de
arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter voorleggen.
Einde arbeidsovereenkomst in gezamenlijk overleg
Als werkgever en werknemer samen overeenkomen dat de arbeidsovereenkomst eindigt,
dan kan dit op papier worden gezet in een vaststellingsovereenkomst. In de
vaststellingsovereenkomst worden alle afspraken vastgelegd omtrent de uitdiensttreding.
Werkgever en werknemer zijn ieder in de gelegenheid om een juridisch adviseur te
raadplegen.
Einde arbeidsovereenkomst door tussenkomst UWV
Als er sprake is van een bedrijfseconomische redenen of een werknemer die meer dan 24
maanden ziek is, dan kan de werkgever het UWV om een ontslagvergunning vragen.
Werknemers worden door het UWV op de hoogte gebracht en krijgen 14 dagen de tijd om
een verweerschrift in te dienen tegen de ontslagaanvraag. Als het UWV toch positief beslist
op de ontslagvergunning, dan kan de werknemer zijn bezwaren binnen twee maanden na de
einddatum van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter voorleggen.
Einde arbeidsovereenkomst door tussenkomst kantonrechter
Een werkgever kan de kantonrechter vragen om de overeenkomst te ontbinden. Dit kan
bijvoorbeeld bij disfunctioneren van de werknemer of een verstoorde arbeidsrelatie. De
werknemer wordt door de kantonrechter uitgenodigd voor de zitting alwaar hij zich kan
verweren.
Proeftijdontslag
Tijdens een (geldige) proeftijd mogen zowel werkgever als werknemer het dienstverband
zonder opzegtermijn opzeggen. Als de werknemer het niet eens is met de opzegging door
werkgever, dan kan hij dat aangeven. Leidt dit niet tot een ander besluit van werkgever dan
kan werknemer zijn bezwaren binnen twee maanden na einddatum van de
arbeidsovereenkomst aan de kantonrechter voorleggen.
Ontslag op staande voet
Als er sprake is van een dringende reden, dan mag zowel werkgever als werknemer het
dienstverband per direct (dus zonder opzegtermijn) opzeggen. De dringende reden moet
direct bij de opzegging worden aangegeven. Als de werknemer het niet eens is met het
ontslag op staande voet, dan kan hij zijn bezwaren binnen twee maanden na de einddatum
van zijn dienstverband aan de kantonrechter voorleggen.
Opzegging
De opzegging geschiedt tegen het einde van de maand, tenzij bij schriftelijke overeenkomst
of door het gebruik een andere dag daarvoor is aangewezen.
De door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt bij een
arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging:
a. korter dan vijf jaar heeft geduurd: één maand;
b. vijf jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee maanden;
c. tien jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd: drie maanden;
d. vijftien jaar of langer heeft geduurd: vier maanden.
Indien er een ontslagvergunning is verleend wordt de termijn van opzegging verkort conform
de in het Burgerlijk Wetboek vastgelegde regelgeving, met dien verstande dat de resterende
termijn van opzegging tenminste één maand bedraagt.
BIJLAGE V PROTOCOL ARBEIDSONGESCHIKTHEID
Partijen komen overeen dat:
Het rapport van Mercer / RCW ”Arbeidsgeschiktheid geregeld” een goede basis is om Gezond
Transport* optimaal te laten functioneren t.b.v. preventie en reïntegratie. CAO partijen geven
het bestuur van Gezond Transport* opdracht het rapport zoveel als mogelijk uit te werken
waarbij tevens wordt bezien op welke wijze aanbevelingen gedaan kunnen worden aan
overlegpartners binnen bedrijven die niet aangesloten zijn bij Gezond Transport.
Partijen spreken hierbij de volgende flankerende maatregel af:
Indien tewerkstelling in een passende functie (intern of extern) her-, om- of bijscholing vereist, dan zal de werkgever in overleg met de werknemer en Gezond Transport of een ander
reïntegratiebedrijf een bijscholingsplan maken. Eventuele scholing vindt zoveel mogelijk plaats
in werktijd en op kosten van de werkgever. SOOB zal deze cursussen die zijn voorzien van
een positieve beoordeling van Gezond Transport* subsidiëren.
Voorts komen partijen overeen:
Verplichtingen van de sector
Partijen geven het bestuur van Gezond Transport* de opdracht stimuleringsmaatregelen te
ontwikkelen die leiden tot reïntegratie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten binnen passende
functies in de sector, waarbij de ontwikkeling van een digitale vacaturebank nadrukkelijk wordt
onderzocht.
Werkgevers geven bij vacatures bij gelijke geschiktheid de voorkeur aan gedeeltelijk
arbeidsgeschikten.
Verplichtingen van de werkgever
- Tijdens het reïntegratieproces is de werkgever verplicht zich in te spannen om
de betrokken werknemer (rekening houdend met diens beperkingen) te
herplaatsen in de eigen functie, ook als dat technische aanpassingen van de
werkplek of een aanpassing in de organisatie (andere taakverdeling) vereist.
Wettelijke mogelijkheden zullen daarbij maximaal worden benut. - Als herplaatsing in de eigen functie niet mogelijk is, moet de werkgever zich
inspannen om de werknemer te herplaatsen in een andere functie binnen het
bedrijf. - Indien de werkgever aannemelijk kan maken, bijv. door te overleggen waarom
er geen andere functies voor de betrokken werknemer in aanmerking (kunnen)
komen of er een geschikte functie te maken is door een andere groepering van
taken/of een aanpassing van de werkomgeving en/of de gebruikelijke
prestatienormen, zal het plan van aanpak worden gericht op het vinden van
passend werk buiten het bedrijf van de werkgever, bij voorkeur binnen de
sector.
De verplichtingen van de werknemer
- De werknemer is in geval van verzuim wegens ziekte verplicht om actief zijn
volle medewerking te verlenen aan inspanningen gericht op interne of externe
reïntegratie.
Het aanbieden van passend werk - Indien in het kader van de re-integratie van de zieke (arbeidsongeschikte)
werknemer een aanbod tot passend werk wordt gedaan, dan zal de werkgever
in eerste instantie trachten een aanbod tot intern passend werk te doen, waarbij
onder meer rekening wordt gehouden met opleiding, ervaring en vaardigheden
van de werknemer. - Indien een aanbod tot intern passend werk niet mogelijk is zal de werkgever bij
voorkeur een aanbod doen tot extern passend werk binnen de sector. Indien
ook dit niet mogelijk is zal een aanbod tot extern passend werk buiten de sector
gedaan worden. - De werkgever is verplicht een aanbod tot passende arbeid, zowel naar een
interne als externe functie schriftelijk te (laten) doen en indien de werknemer
dat verlangt te doen vergezellen van het oordeel van Gezond Transport*, een
ander reïntegratiebedrijf of gecertificeerde arts. - Het aanbod vermeldt tevens het wettelijk recht van de werknemer een second
opinion aan te vragen bij UWV of een onafhankelijke bedrijfsarts. De werknemer
dient de second opinion hierover binnen 10 dagen aan te vragen, tenzij de
werknemer kan aantonen dat hij meer tijd nodig heeft. - Gedurende de periode waarin op de aanvraag van een second opinion nog niet
is beslist zal het loon volledig worden doorbetaald, met een maximum van 2
weken. Indien de werknemer in het gelijk wordt gesteld, wordt gedurende de
gehele periode het loon doorbetaald. De kosten van de aanvraag van de second
opinion komen voor rekening van de in het ongelijk gestelde partij. - De werkgever informeert de werknemer uitdrukkelijk over de
arbeidsvoorwaardelijke aspecten en uitkeringsvoorwaardelijke gevolgen van
het al dan niet aanvaarden van een (passende) arbeidsplaats. - De werknemer kan zich ter zake van een aanbod tot intern of extern passend
werk van de werkgever laten bijstaan door een vertrouwenspersoon.
De rechtspositie van de werknemer
De gevolgen bij interne herplaatsing
Er is sprake van geslaagde interne reïntegratie, wanneer de werknemer is teruggekeerd in het
arbeidsproces bij de eigen werkgever en daarin zes maanden heeft gefunctioneerd, hetzij in
de oude functie hetzij in een aangepaste of nieuwe functie.
De gevolgen bij externe plaatsing binnen of buiten de sector
Er is sprake van geslaagde externe reïntegratie, wanneer de werknemer is teruggekeerd in
het arbeidsproces bij de externe werkgever en daarin zes maanden heeft gefunctioneerd.
Als detachering een tijdelijk karakter heeft omdat terugkeer in arbeid bij de eigen werkgever
op termijn mogelijk is, dan wordt in het kader van het plan van aanpak periodiek gesproken
over de mogelijkheid het werken bij de eigen werkgever te hervatten.
Inkomen bij uitstel van de WIA-aanvraag, of WIA- uitkering
Indien na afloop van het tweede ziektejaar de WGA-uitkering niet of later ingaat bij wijze van
een door UWV opgelegde sanctie aan de werkgever, dan zal de loonbetaling en de aanvulling
op de loondoorbetaling worden gecontinueerd voor een periode van maximaal 12 maanden.
De bovenstaande regeling is tevens van toepassing indien werkgever en werknemer in
onderling overleg besluiten de aanvraag voor een WGA-uitkering uit te stellen. Onder
loonbetaling wordt verstaan het inkomen dat ook in het tweede ziektejaar wordt genoten.
*Gezond Transport is per 1 juli 2014 opgegaan in het Sectorinstituut Transport en Logistiek
73
Bijlage VI Stappenplan berekening loon bij arbeidsongeschiktheid

Bijlage VII Logistieke dienstverlening
Artikel 1
Toepasselijkheid
- De werkgever kan na instemming van CAO-partijen dit hoofdstuk van toepassing
verklaren op (een deel van) het personeel dat werkzaam is ten behoeve van de
logistieke dienstverlening. - Indien dit hoofdstuk van toepassing wordt verklaard, geldt hij in volle omvang.
Gedeeltelijke toepassing is niet toegestaan. Op verzoek van de werkgever kan door
CAO-partijen dispensatie worden verleend. - Indien dit hoofdstuk van toepassing wordt verklaard, zijn de CAO-artikelen 10, lid 5,
26a, 27, 33 en artikel 36 niet van toepassing. - De werkgever meldt de toepassing van dit hoofdstuk aan CAO-partijen.
Artikel 2
Voorschriften dienstrooster/werktijdenregeling
- De functielonen gelden voor 160 diensturen per 4 weken, respectievelijk 173,92 diensturen per maand.
- Loonbetaling vindt plaats op basis van het aantal ingeroosterde uren met dienverstande dat inroostering en uitbetaling van minimaal 160 uur per 4 weken is gegarandeerd.
- De werkgever stelt (met instemming van een werknemersorganisatie betrokken bij de CAO) in een dienstrooster de arbeidstijden vast binnen de normen van de overlegregeling van de ATW en met inachtneming van de volgende regels:
a. de arbeidstijd per dag bedraagt minimaal 6 uur en maximaal 10 uur
b. voor de parttimer bedraagt de arbeidsduur per dag minimaal 4 uur
c. de arbeidstijd per week bedraagt minimaal 24 uur en maximaal 50 uur
d. een werknemer wordt maximaal 6 diensten per week ingeroosterd
e. een werknemer wordt maximaal 65 diensten per 13 weken ingeroosterd
f. er zijn geen gebroken diensten
g. per half kalenderjaar worden tenminste 13 vrije weekeinden genoten. Dit betekent, dat in de regel 48 uur, echter minimaal 45 uur, aaneengesloten vrij dienen te zijn, gelegen tussen vrijdag 12.00 uur en maandag 12.00 uur.
h. overuren zijn de uren waarmee de 160 uur per 4 weken wordt overschreden.
Ten einde de toeslag te bepalen dienen de uren per dag te worden geregistreerd. - De dienstroosters worden 28 kalenderdagen van tevoren bekendgemaakt. De
werkgever kan de dienstroosters korter dan 28 dagen maar in ieder geval 1 dag van
tevoren bekend maken. In dat geval maakt de werkgever in ieder geval 28 dagen van
tevoren bekend welke vrije dagen worden ingeroosterd en welke diensten men zal
draaien. Bij een dagdienst liggen de gewerkte uren tussen 06.00 respectievelijk 07.00
uur en 18.00 respectievelijk 19.00 uur, bij een avonddienst tussen 12.00 uur en 24.00
uur en bij een nachtdienst tussen 18.00 respectievelijk 19.00 uur en 06.00
respectievelijk 07.00 uur. - De werknemer aan wie het individuele rooster tussen 14 dagen en 4 dagen van tevoren
wordt bekendgemaakt ontvangt een toeslag van 5% van het uurloon over de
ingeroosterde uren. De werknemer aan wie het individuele rooster tussen 4 dagen en
1 dag van tevoren wordt bekendgemaakt ontvangt een toeslag van 10% van het
uurloon over de ingeroosterde uren. - De werknemer die wordt ingezet in de 3-ploegendienst of volcontinu werkt in een vast
rooster.
Artikel 3
Invloed werknemers op rooster
Bij de inroostering wordt rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden, wensen,
gezondheid en zorgtaken van de werknemer voor zover dit redelijkerwijs van de werkgever
gevergd kan worden.
Artikel 4
Onregelmatigheidstoeslagen
- Het dagvenster beslaat een periode van 12 uur en loopt van maandag tot en met vrijdag
06.00- 18.00 uur of 07.00-19.00 uur en wordt vastgesteld in overleg met
personeelvertegenwoordiging, ondernemingsraad of een werknemersorganisatie. - Gedurende het dagvenster van maandag tot en met vrijdag gelden geen toeslagen.
- Bij een dagvenster van 06.00-18.00 uur zijn de toeslagen
- voor de uren van maandag tot en met vrijdag tussen 18.00-24.00 uur 35% per uur
- voor de uren van maandag tot en met vrijdag tussen 0.00-06.00 uur 45% per uur.
4. Bij een dagvenster van 07.00-19.00 uur zijn de toeslagen
- voor de uren van maandag tot en met vrijdag tussen 19.00-24.00 uur 35% per uur
- voor de uren van maandag tot en met vrijdag tussen 0.00-06.00 uur 45% per uur
- voor de uren van maandag tot en met vrijdag tussen 06.00-07.00 uur 35% per uur.
5. Op zaterdag geldt een toeslag van 50% per uur en op zondag geldt een toeslag van 100%.
6. Werknemer en werkgever kunnen in overleg andere dagen dan de zaterdag en/of de zondag
als normale roostervrije dagen aanwijzen. De normaal geldende toeslagen voor zaterdag en/of
zondag gelden dan voor de overeengekomen vrije dagen. Op zaterdag en/of zondag geldt dan
het dagvenster.
Artikel 5
Samenloop overwerktoeslag en onregelmatigheidstoeslag
Bij samenloop van overwerktoeslag en onregelmatigheidstoeslag wordt de overwerktoeslag
niet uitgekeerd.
Artikel 6
In afwijking van artikel 4 worden de diensturen op een feestdag vergoed overeenkomstig artikel
33, lid 6 CAO.
Artikel 7
Arbeidstijdverkorting
Voor werknemers die ingezet worden in de 3 ploegendienst of volcontinu kan gesproken
worden over arbeidstijdverkorting.
Artikel 8
Afbouwmatrix
a. De werknemer die gedurende ten minste een periode van twee aaneengesloten
kalenderjaren vast in een 3-ploegendienst of volcontinu heeft gewerkt heeft recht op een
afbouwregeling.
b. Gedurende de afbouwregeling heeft de werknemer recht op een toeslag op het basissalaris
volgens onderstaande afbouwmatrix onder aftrek van de gedurende de afbouwperiode te
verdienen onregelmatigheidstoeslagen.
| Volcontinudienst | 3-ploegendienst | |
|---|---|---|
| Lopende maand | 20% | 12,5% |
| 1e maand | 20% | 12,5% |
| 2e maand | 16% | 10% |
| 3e maand | 12% | 7,5% |
| 4e maand | 9% | 5% |
| 5e maand | 4% | 2,5% |
Artikel 9
Loon bij arbeidsongeschiktheid
Ingeval van arbeidsongeschiktheid wordt onder loon in de zin van artikel 16 CAO tevens
verstaan de gemiddeld genoten onregelmatigheidstoeslag gedurende de periode van 52
weken voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid.
Artikel 10
Vakantiebijslag
Het loon, zoals genoemd in artikel 69 CAO wordt tevens vermeerderd met de gemiddeld
genoten onregelmatigheidstoeslag gedurende de periode van 52 weken voorafgaand aan de
maand mei van het desbetreffende kalenderjaar.
Artikel 11
Betaald verlof
Voor zover nodig in afwijking van de artikelen 64 en 65 CAO wordt voor vakantie, ATV en
bijzonder verlofdagen per dag 8 uur genoteerd.
Artikel 12
Proef
Dit hoofdstuk wordt ingevoerd bij wijze van proef. Na 1 jaar wordt de toepassing van dit
hoofdstuk geëvalueerd.




